woensdag 11 juli 2018

prentje en de vakantie

Bent U klaar voor de zomereditie van de wanna be minimalist? 

Ik heb geen materiële wensen, behalve eentje: een retro caravannetje. 
O my, ik ben zo'n carafan. 
Dat heb ik van mijn moeder. 

Vanaf het moment dat ik kon lopen, brachten we onze vakanties door in onze caravan in Schoorl. 
Vakantie = caravan + zee.  

Nou moet ik eerlijk zeggen dat we vroeger een enorm lelijke grote stacaravan hadden, inclusief bad. 
Man, dat hadden we thuis niet eens. 
En wát voor een bad. 
Een roze.
Het duurde úren voordat dat ding vol was dankzij het kleine geisertje.

Mijn lievelingsjeugdherinneringen spelen zich allemaal af in en rondom die caravan.
Op de fiets naar zee. 
De hand van mijn lieve papa in mijn nek.
Mij voortduwend, want voor kleine beentjes was het nog best een stuk.  
(In mijn gedachten duwt hij me nog steeds voort.)

En dan rozig terug in de caravan. 
Saté-stokjes, doperwtjes en gebakken aardappeltjes, die mijn moeder had klaargemaakt.
Mijn vader, die altijd zei hoe lekker mijn moeder weer had gekookt voor ons.
Maar eerst nog in dat bad, om de zand tussen mijn tenen weg te spoelen. 

En daarna meteen in slaap vallen in dat kleine knusse slaapkamertje. 
In de Twijfelaar met de kuil in het midden, waardoor ik altijd aanrolde tegen Zus.
Of tegen een vriendinnetje dat mee mocht. 

Mijn hoogst originele moeder is naast zee- en carafan ook nogal wispelturig en impulsief. 
De caravan werd verkocht.
Ik kan nóg voelen wat dat met me deed. 
Maar ze kon niet lang zonder. 
En wij eigenlijk ook niet. 
Nou, behalve mijn vader dan. 

Dus volgde er een lange rij van caravans in allerlei soorten en maten. 
De laatste heb ik overgenomen toen ze er niet meer naartoe konden; voor U wellicht nog bekend als Het kleine huis aan zee.
Hier heb ik ook afscheid van moeten nemen, zoals U misschien wel weet. 
De grond ligt nu braak, geduldig te wachten op de onbetaalbare vakantievilla's die hier ongetwijfeld zullen verrijzen.
Kostbare plek. 
Zoon koestert gelukkig dezelfde warme herinneringen als ik. 

En mijn moeder, mijn moeder heeft onze hele familie aangestoken met haar caravanvirus. 
Niet alleen mijn broer, maar ook Zus hebben allebei een chalet op dezelfde camping, nog geen vijf kilometer van Het kleine huis aan zee.   

Net als vorig jaar mag ik deze zomer twee weken gebruik maken van Zus' chalet samen met Zoon. 

Ook mijn 85-jarige moeder komt een nachtje logeren. 
Toen Zus het chalet kocht, was het eerste dat ze vroeg: 'zitten er wel wielen onder?'
Mijn lieve gekke moeder, die vroeger al het liefst met het circus mee zou gaan. 
Ik hoop dat we samen herinneringen op kunnen halen.

Misschien wel terwijl we samen op het trappetje voor de deur zitten.  
Want hoewel het ons aan luxe niets ontbreekt, zit ik daar toch het liefst. 

Met een kop koffie te dromen van een klein rond caravannetje.
Die ik ooit nog eens achter mijn Fiatje hoop te koppelen.   

woensdag 4 juli 2018

prentje en de Tiny Houses

Ik koester een hartstochtelijke obsessie voor tiny houses.
Onlangs kocht ik dit boek, met als ondertitel 'Minder huis, meer leven'.

Is het een verlangen naar compactheid, naar overzicht?
Wat ik wél weet, is dat ik snel overprikkeld ben.
Een tijdje geleden was ik in een enorm huis.
Er was van alles veel: veel oppervlakte, veel spullen, veel kinderen, veel druk, veel verwachtingen.
Wat verlangde ik naar mijn huisje.

De afgelopen weken heb ik mijn Pluk-van-de-Petteflet-huis weer eens onder handen genomen.
De kleuren bracht ik terug naar een natuurlijke, warme tint.
Rust, eenheid.
Tijdens het verven zette ik alle planten bij elkaar, en dat heb ik dat zo maar gelaten.
Net als ik mijn beschadigde muur maar zo liet (iets te fanatiek met het verwijderen van een oude verflaag).
Eigenlijk vind ik de muur zo wel passen bij mijn Deense potjes.

Net als dit huisje mij past.

zondag 1 juli 2018

prentje en de HKU

Wonderlijk. 
Magisch hoe creativiteit werkt. 

De beste manier om je (weer) ergens thuis te voelen, is het zo eigen mogelijk maken van je plek. 
Mijn huisje is mijn proeftuin. 
Waar ik naar hartelust kan experimenteren met verf en styling. 
Doorgeslagen in mijn roze-obsessie verfde ik mijn slaapkamer 'millennial pink' en hing ik ook gordijnen op in die kleur. 

Ok, dit klinkt iets eenvoudiger dan het in werkelijk is gegaan. 
De waarheid is namelijk dat het eerste paar een weeffout bleek te hebben. 
Zo hadden de gordijnen die 's avonds zo leuk leken, bij het opstaan een soort van bliksemschicht waar het licht veel feller doorheen kwam. 
Al mijn assertiviteit oprapend ging ik na mijn werk terug naar de Hema. 
'Waar zit de weeffout dan?', vroeg de vriendelijke meneer terwijl ik mijn gordijn op zijn verzoek over de toonbank drapeerde. 
O my. Welke van de twee gordijnen was het nu ook alweer? 
'Ik denk dat je het zo niet ziet', stamelde ik. 
'Het licht moet er echt op schijnen.'
De beste man haalde een trap en hing een voor een mijn gordijnen voor het raam, terwijl de zon achter de wolken verdween. 
'Hij moet in het felle licht', mompelde ik, terwijl ik het steeds warmer kreeg. 
De man, de gordijnen, de trap en ik gingen naar buiten. 
Midden in het winkelcentrum klom de man op de ladder, ondertussen mijn gordijn hooghoudend. 
Het had zó een Wes Anderson-scène kunnen zijn. 
En niets te zien meer hè. 
Ik voelde me net een bedrieger. 
'We sturen 'm gewoon terug hoor', zei de man troostend. 
'Ze zien het vast wel in de fabriek'. 

Enfin, inmiddels hing dus het tweede paar (met dank aan de Hema) maar was de combinatie met de roze muur toch iets too sweet
Het leek net of je in de binnenkant van een macaron sliep.

Gelukkig was ik nog wél tevreden met mijn roze muur in de gang, die ik inmiddels in een soort kunstwand had veranderd:
En nu kom ik eindelijk met omweg weer terug bij mijn intro, want tijdens een bezoekje aan het Textielmuseum bedacht ik me dat ik ook wel een tiet kon borduren. 
(Voor wie dit blog langer volgt: ik hou van contrasten. 
Ik hou van het contrast tussen een degelijke handwerktechniek als borduren en een sexy onderwerp):
Terwijl ik zo bezig was, bedacht ik me dat ik waarschijnlijk de enige op de wereld was die op dat moment een tiet aan het borduren was.

Maar wat schetste mijn verbazing toen ik afgelopen vrijdag de eindexamenexpo van de HKU bezocht: er was nog iemand zoals ik!

In een klein sfeervol hoekje hing het werk van Charissa van Dijk:
Ik wilde er wonen, in dat kleine hoekje van de oude Pastoefabriek. 
De rest van de tentoonstelling kwam amper meer binnen, als een magneet werd ik teruggetrokken naar die plek. 
Misschien kan ik wel een foto van haar kopen. 

Tiet voor thuis. 

vrijdag 11 mei 2018

prentje in Kopenhagen, 3

Wat me zo aanspreekt in keramiek, is de eenvoud en tegelijkertijd de complexiteit van het proces.
Er is een 'wheel' dat eenvoudig te bedienen is met een voetpedaal.
Geen technische snufjes of ingewikkelde trucjes.

Maar nu komt het complexe gedeelte: klei liegt niet.
Er valt niets weg te moffelen.
Heb je de lucht niet voldoende uit de klei 'gemasseerd'; dan heb je kans op luchtbellen.
Niet goed centreren betekent een valse start.
Tijdens het draaien moet je de klei 'gentle' behandelen en niet teveel vermoeien (serieus).

En daarna volgen er nog een aantal stadia waarin het flink mis kan gaan: de eerste keer dat het de oven uit komt ('biscuit') en blijkt dat al je bodems hebben losgelaten (overkwam een cursusgenoot).

Of dat je jouw werk te lang/kort in de glazuur dompelt.
En je moet het maar liefst drie keer in verschillende 'baden' onderdompelen - glans voor de binnenkant; mat transparant voor de buitenkant en nog een matte kleur(accent) voor de buitenkant. 
Het is dan ook nooit te voorspellen hoe het vervolgens (nog een keer) de oven uitkomt.
(Gelukkig kreeg ik dus van mijn docent een vaas cadeau om te glazuren, zie bovenste foto).
Zucht.
De reden dat ik hier zo over uitweid, is dat ik het mis.

Ik mis de eenvoud van mijn leventje daar.
Om 's morgens in de serre boven mijn bakje kwark naar buiten te kijken en het Deense straatleven te aanschouwen. (De Denen hebben echt andere gewoontes. Zo zetten ze hun kind op het zadel van de fiets en gaan er zelf naast lopen. Ik hoop voor ze dat ze dat alleen het laatste stukje doen; ik 'woonde' vlakbij een school.)

Daarnaast houden ze zich aan álle verkeersregels.
Zelfs als de (kruisende) weg is afgesloten, blijven ze wachten tot het stoplicht op groen springt.

Als een 'local' rond te fietsen en quasi- geïrriteerd te kijken naar klungelende toeristen op gele huurfietsen (de mijne was gelukkig gewoon een roestig bakkie).
Toen iemand me tijdens het wachten op groen (heel vaak dus) de weg vroeg en ik tot mijn spijt moest bekennen dat ik daar niet vandaan kom en hij smalend 'yeah, right' antwoordde, kon hij me op dat moment niet gelukkiger maken.     

Ik mis het licht in de studio; één van de oudste panden van de stad.
De verse salades voor de lunch aan de grote houten tafel in de winkel.
De lieve cursusgenoten met wie ik uit eten ging, brunchte in de zon, en het Design Museum bezocht.
En ik mis de simpelheid van een leven dat voor een week alleen om klei draaide. 
Ik droom over de winkel van Ditte Fischer van wie ik een vaasje kocht waar ik verliefd op ben:
Zucht.
Nog even en ik ga zelfs mijn docent missen.

zondag 29 april 2018

prentje in Kopenhagen, 2



'Eerst moeten jullie de lucht uit de klei halen. 
Dat doen we door de klei te keren en er een "ram"-vorm van te maken. 
Kom maar per drie naar voren.' 

Ik voel een lichte paniek opkomen, terwijl docent Eric kritisch kijkt naar de pottenbakkers voor me die één voor één een perfecte ram te maken. 
Als ik aan de beurt ben, weet ik niet hoe ik mijn vingers precies moet houden en lijkt het hoopje klei voor me op een olifant.
‘Laat maar, we doen dit later nog wel een keer’, zegt Eric terwijl hij nog nét niet met zijn ogen draait. 
Hiervoor hebben we alle regels opgesomd gekregen, en deden we een kort introductierondje. 
Wat blijkt, al mijn medecursisten zijn ervaren, sommigen werken zelfs professioneel als "ceramists". 
Ze komen van over de hele wereld: Australië, Amerika, Zwitserland, Schotland, Duitsland, Portugal, Frankrijk en eentje uit Denemarken. 
‘Ik woon hier om de hoek’, zegt ze nuchter. 
Het lijkt wel of iedereen naar Eric kijkt alsof hij een popster is. 
Hij somt nog even zijn aantal volgers op op Instagram, en vertelt uitgebreid over zijn Australische tournee waarvan hij net is teruggekomen (en waarbij Susan Surandon ook nog even gezellig langs kwam).   
Ik word vooral nogal zenuwachtig van hem. 
Als we allemaal achter ons ‘wheel’ hebben plaatsgenomen, lukt er niets. 
Ik kan niet centreren en de klei vliegt in het rond. 
Eric geeft me geen verdere instructies, hij is vooral gefocust op de ervaren deelnemers. 
Het huilen staat me nader bij dan het lachen. 
Even overweeg ik te stoppen. 
Het atelier uit te lopen, en de rest van de week gewoon Kopenhagen te gaan bekijken. 
Maar ik verman me en klooi verder. 

'See you tomorrow', roepen mijn medestudenten allemaal terwijl ze aan het einde van de middag het atelier verlaten. Verbouwereerd blijf ik achter. 
Ik droomde over etentjes samen; misschien na de kroeg. 
Iedereen is hier toch alleen? 
Ik stap maar weer op mijn fiets en rij met een omweg naar ‘huis’. 

De volgende dag verloopt bijna op dezelfde manier.
Ik kan er heel weinig van en de anderen maken cilinders en bakjes alsof het een lieve lust is. 

Tijdens onze gezamenlijke lunches is vooral Eric aan het woord over al zijn ervaringen en hangt iedereen aan zijn lippen. 
En weer zegt iedereen aan het einde van de middag ‘see you tomorrow’ en gaat ieder zijns weegs. 
Of eigenlijk ‘haars’ weegs want er zijn alleen maar vrouwelijke deelnemers. 
Ik loop verloren een rondje door het centrum en vind mezelf terug achter een Whopper bij de Burger King.
De dagen krijgen vorm, we beginnen met een demo, maken de vorm van de dag (vandaag een vaas, eigenlijk de vorm die ik per ongeluk maandag al had gekleid), lunchen met elkaar beneden in de winkel, dan weer een demo, kleien en maken schoon. 
Ik doe maar wat. 
You have your own style, don’t you?’, constateert Eric. 
Ik besluit om het maar als een compliment op te vatten. 
Ik ben er al aan gewend dat mijn werk er wat anders uitziet dan van alle andere ervaren deelnemers. 
Dat geeft me ook de vrijheid om te experimenteren. 
Als enige trek ik nonchalante lijntjes in mijn werk. 
Als het me toch niet lukt om de techniek onder de knie te krijgen, kan ik net zo goed helemaal mijn eigen gang gaan. 
Het lijkt me leuk om twee contrasten in mijn werk te maken; een gladde bovenkant en een speelse onderkant. 

Contact leggen met de anderen lukt nog steeds niet goed.   
Maar wacht eens, hoorde ik nu iemand voorstellen om wat te gaan eten met elkaar? 
Ik spits mijn oren. 
Ik hoorde het goed. 
Zeven uur voor de winkel. 
Blij fiets ik vervolgens rond in de stad. 
Ik probeer elke dag een andere wijk te ontdekken. 
Ik vind het heerlijk om te fietsen. 
Voel me ‘one of the locals’. 
Als iemand me de weg vraagt en ik toe moet geven dat ik hier niet woon, antwoordt hij smalend ‘Yeah, right’. 
Het is ook een fantastische fietsstad. 
De fietspaden zijn breed, en als ik een - overigens prachtige - begraafplaats bezoek, ontdek ik dat er zelfs een fietspad door de begraafplaats loopt. 
Om 19.00 uur staan we met een klein groepje voor de winkel. 
Gelukkig geen eindeloze discussies over waar we gaan eten; iemand heeft het Eric’s assistente gevraagd en die wist een goed tentje. 
In eerste instantie zijn we allemaal wat aftastend, tot iemand schoorvoetend zegt dat ze het écht niet vond kunnen dat hij vandaag een Amerikaanse zo in de maling nam, dat het meiske tot achter haar oren kleurde (met een grap die hij waarschijnlijk elke cursus een keer uithaalt: ze moet de bovenkant van een vaas vasthouden en dat doet hij of ze ‘m laat vallen - de vaas is echter al stuk). 
En dan komen de verhalen los. 
Wat blijkt: iedereen denkt hetzelfde over onze ‘docent’ en iedereen dacht dat ze de enige was. 
Het ijs is gebroken. 
Ik ben zo blij dat ik vergeet mijn fiets op slot te zetten.
Maar hé, dit is Kopenhagen. 
Hij staat er gewoon nog. 

De volgende dag besluit een van mijn nieuwe vriendinnen me wat tips te geven. 
Onmiddellijk staat Eric naast me. 
Mocht hij me in een eerder stadium al hebben opgegeven; dit is ook niet de bedoeling. 
Uiteindelijk is híj de leraar. 
Ik krijg zo maar een privé-les van een half uur. 
En begin de techniek langzamerhand te begrijpen. 
Als Eric zegt dat hij het idee heeft dat hij klinkt als een gebroken plaat, zeg ik hem dat dit als cursist niet fijn is om te horen. 
Ik heb moed gekregen door mijn nieuwe vriendschappen.
We hebben geld ingezameld omdat Eric jarig is. 
Zijn assistente heeft namens ons bloemen gekocht. 
Ze overhandigt hem daarnaast ook een cactus.
Ze heeft 'm zelf uitgezocht. 

De dag breekt aan dat we mogen glazuren. 
Ik kijk er al een week naar uit. 
Gelukkig is er ook roze glazuur. 
Alleen de werken van de eerste twee dagen konden worden 'gebiscuit'; de rest is nog niet droog.  
Eric zegt dat hij 'bad news' voor me heeft. 
Eén van mijn twee 'pieces' heeft de eerste ovengang niet overleefd. 
'Dan heb ik er in ieder geval eentje om te glazuren', zeg ik monter. 
Eindelijk breekt de zon door op zijn gezicht.
'I like you', zegt hij. 
'Your glass is half full'.  
Hij geeft me - naast mijn eigen vaasje - een van zijn vazen cadeau om te glazuren. 
'Anders heb je er maar eentje', zegt hij. 

Inmiddels is het al een fijne gewoonte om met elkaar te eten. 
My lonely Burger King days are over
Voor ik het weet is het zaterdag, onze laatste dag van de cursus. 
Ik ga eerst nog naar een flea market waar ik een houten viking op de kop tik.
Toch ook een beetje Koningsdag voor mij. 
Daarna brunchen we in de zon, voor we met elkaar voor de laatste keer naar het atelier lopen. 
Onze werken zijn dit keer met glazuur en al de oven in geweest. 
Eigenlijk was ik van plan de mijne snel te verstoppen, maar ik ben blij verrast hoe die uiteindelijk is geworden. 
Ik ben trots op mijn wabi sabi vaasje (zie bovenste foto).  
'Ik zou 'm zo kopen als ie in de winkel stond', zegt het Duitse meisje. 

Het is tijd om afscheid te nemen. 
Eric geeft me een knuffel. 
'It takes a lot of courage to do a course as a beginner with only experienced people', zegt mijn leraar.  
Ik mompel dat ik dat gelukkig niet van te voren wist. 

'You did well', zegt hij. 

zondag 22 april 2018

prentje in Kopenhagen, 1

Het is voor de deur dat ik voor het eerst een kleine tegenslag heb. 
De reis is perfect verlopen. 
De sleuteloverdracht op het vliegveld ging ook prima (I am waiting in front of the Starbucks, wearing red trousers). 
Hoe vaak ik de 'druppel' ook tegen het zwarte kastje voor het appartementencomplex houd, de deur weigert open te gaan. 
Ik spreek het eerste stel dat ik zie aan. 
'O, dat had ik Stockholm ook', zegt het meisje spontaan. 
Ze houdt 'm net wat langer voor het kastje en yes, daar gaat ie. 
'Have a nice stay!', roept ze nog. 

Ik kan niet zeggen dat ik niet nerveus was. 
Geen beren op de weg zag. 
Maar nu bén ik er, en eigenlijk gaat het behoorlijk soepel. 
Wat een relaxte stad is het toch. 
Als ik voor een week een fiets huur in 'mijn' straat, hoef ik mijn naam niet eens op te geven. 
Het appartement is geweldig; en als ik uit het raam kijk, zie ik drie bomen als een gek in bloei staan. 
Kopenhagen in de lente. 
Ik voel me al helemaal thuis. 
Ik heb niet z'n zin om in mijn eentje uit eten te gaan, maar dat hoeft ook niet. 
Tegenover me zit een geweldige pizza-afhaal. 
Strandstoelen staan om de hoek. 
En overal waar ik ga zitten, beginnen de mensen een praatje met me. 
In je eentje heb je nou eenmaal sneller contact.

Ik slaap als een roos. 
Voor dag en dauw ben ik al op weg. 
Vandaag staat Louisana op het programma, een museum een eindje buiten de stad, aan zee. 

Per ongeluk koop ik een retourtje naar Helsingør, het eindstation. 
Ik haal mijn schouders op. 
In de trein lees ik dat het een mooi stadje is. 
Blijkbaar moet ik daar ook naar toe. 

Maar eerst stap ik uit in Humblebæk. 
Het museum staat al duidelijk aangegeven. 
'We zijn nog dicht tot 11 uur', zegt het meisje aan de kassa.
Eerst maar even rondkijken dan.
Ook geen straf in een fijn slaperig kustplaatsje. 

Het museum overtreft al mijn verwachtingen. 
Nooit eerder was ik in een museum dat zo mooi gesitueerd is. 
Op het terras raak ik aan de praat met een moeder en dochter. 
'Het is ook een fantastische plek voor een eerste date', zegt de dochter. 
De moeder glimlacht. 
Als haar dochter naar binnen is, vertrouwt ze me toe dat haar kind al meerdere keren hier heeft afgesproken. 
Een mooie plek alleen is niet genoeg.

In het museum geniet ik van Picasso's keramiek. 
En word ik betoverd door Kusama's Gleaming Light of the Souls.
Het is een ruimte waar je met maximaal vier personen één minuut binnen mag zijn. 
Ik ga alleen. 
Kusama creëerde een sprookjeswereld van lichtjes die worden gereflecteerd door water, mist en spiegels. 
Het effect is onbeschrijfelijk.

Eigenlijk is mijn dag al meer dan geslaagd, maar ik ga toch ook naar Helsingør, het stadje van Hamlet's kasteel.  
Als ik het station uitloop, stuit ik op een geweldige roze kraan. 
Het kasteel laat ik links liggen. 
Het plaatsje lokt me.
Plotseling wordt mijn aandacht getrokken door een geweldig schilderij, tegen een muur weggezet. 
Ik volg het pad.
In een steegje vind ik het raarste winkeltje waar ik ooit ben geweest. 
Een bizarre combinatie van voetbalprullaria, souvenirs, antiek, vintage glaswerk en kunst. 
Mijn oog valt op een schilderij. 

'Ik heb het geschilderd', zegt een verlegen jongen in een hoekje van de winkel.
'Ik heb het in het zuiden gemaakt, vanuit mijn appartement. 
Het is een handdoek over een balustrade. 
En een oude badkuip.'
Voor een terrasjesprijs mag ik het meenemen. 
'Afscheid nemen van je eigen kunst voelt altijd een beetje als een gemis', zegt hij, als hij het schilderij liefdevol inpakt. 
'Ik zal er goed voor zorgen', beloof ik 'm. 
'Zal ik je een foto sturen als ik 'm heb opgehangen?'
Getroffen kijkt hij me aan. 
En dan moest mijn workshop nog beginnen.