woensdag 15 mei 2019

prentje en de cursus, deel 2

Soms leer je hele andere dingen op een cursus dan datgene waarvan je dacht dat je zou leren.
Dacht ik porselein te gaan gieten, krijg ik zomaar weer een levenslesje in mijn schoot geworpen.

Ik zat dus met de Romeinse zuil in huis die inmiddels een blok aan mijn been was geworden.
Na een uur schaven wist ik het zeker: dit is niet iets waar ik blij van word.
Zeker niet met het vooruitzicht van nog uren en uren schaven.
Mijn kracht zit in 'm in de concepten bedenken, niet in de perfecte afwerking.
Ik sta te trappelen bij de start, maar de finish halen is een tweede.

Maar dat was nog niet eens mijn levensles; dat wist ik allemaal al.
Nee, ik werd getriggerd door een column van Sylvia Witteman.

Ze schreef over een meneer die een minuut gratis winkelen bij de Jumbo had gewonnen.
Voor de meeste van ons betekent dit: van tevoren strategieën bedenken hoe je de meest dure boodschappen het snelst in je winkelwagentje kan laden.
Zo niet voor de heer Dekker uit Stadskanaal.
Hij haalde gewoon zijn dagelijkse boodschappen.
Een onsje vleeswaren, een zakje nootjes.
Een aarzeling bij een fles Port - ach, laten we eens gek doen.
Zielsgelukkig was hij met zijn prijs.
Hij had voor nog geen 17 euro in zijn karretje liggen.

Meneer Dekker had gewoon gehaald wat hij nodig had.
Niets meer en niets minder.
Precies genoeg.

Het lijkt soms of deze maatschappij alleen maar bezig is met meer en meer.
Daar wordt niemand gelukkig van.
Het is namelijk een niet te winnen race; een wortel die je wordt voorgehouden om als een konijn rondjes te rennen.
Want er is altijd iemand die meer heeft.
Een groter huis.
Een luxere auto.
Een mooier uiterlijk.
Een hipper gezin.
Het lijkt soms wel of de likes op social media de nieuwe statussymbolen zijn geworden.

En o, het is ook zo verleidelijk; ik ben echt niet roomser dan de Paus.
Had laatst ook een artikel op LinkedIn geplaatst dat veel werd geliked.
Eerst dacht ik: 'mooi als er twintig mensen het leuk vinden'.
Toen dat er meer en meer werden, dacht ik: 'gaaf als het er honderd worden'.
Steeds ging ik kijken hoeveel er inmiddels bij waren gekomen.
En merkte ik bij mezelf een kleine teleurstelling als dat er niet zoveel waren.
Ik voelde me net een soort slaaf geworden.
Verslaafd aan erkenning.
En ja, ook dan komt de eeuwige vraag weer bij me op waarom ik dan toch nog een blog heb.
Zoals gezegd: niet roomser dan de Paus.

Heel gelukkig was ik toen ik het blok gips weer terug bracht.
En monter ging ik aan de slag met mijn espressokopje.

woensdag 8 mei 2019

prentje en de cursus, deel 1

In mijn leven is er een fikse discrepantie tussen mijn droomwereld en de werkelijkheid.
Je kunt ook zeggen dat ik gewoon niet zoveel realiteitszin heb.

Gisteren had ik mijn eerste les van mijn porseleincursus.
Dromerig dwaalde ik door het atelier.

Zelf had ik bedacht dat ik een lamp wilde maken.
Een kekke witte lamp met zo'n leuk gekleurd snoer.

Dan zie ik ze dus al hangen he.
Sterker, ik zie een heel imperium van prentje-lampen.

Niet veel later had ik een ontwerp op papier.
Ik worstelde nog een beetje met de maten, maar a la, ik kon door naar de gipsafdeling voor de mal.

Toen begon het.
Met behulp van mijn lieve juf gooide ik het gipsmengsel in een opgerold stuk plastic.

Aan de onderkant had ik het plastic vastgezet met wat klei, maar het was zoveel dat het er onderuit liep.
Met behulp van de andere cursisten en een heleboel papier konden we voorkomen dat de tafel helemaal onderliep.

Vervolgens moest ik wachten tot het gips droog werd.
Langzaamaan werd de koker steeds warmer, maar dit bleek gelukkig normaal te zijn.

En toen sprak de juf de montere woorden: 'en nu mag je de mal thuis bewerken'.
Ik keek naar de loeigrote zuil voor me.
Hij leek alleen maar groter te worden.

Ze deed het ook nog even voor.
Met eindeloos geduld haalde ze laagje voor laagje met een beitel en een rasp het gips eraf.

Mijn twee medecursisten (die allebei een kopje hadden gekozen) knikten begrijpend.

'Hoe lang ga ik daar dan over doen?', piepte ik.
'Tja, dat duurt wel uren', was het antwoord.

O my.
Buiten het feit dat ze tot drie keer moesten uitleggen wat ik nou wel en niet moest weghalen, herinnerde ik me dat ik zelfs al geen geduld heb om langer dan twee minuten ergens aan te schuren.

Nu zit ik dus met een Romeinse zuil in mijn huis waar op Michelangelo-achtige wijze een kekke lamp uit moet komen.
 Had ik nu ook maar voor een theekopje gekozen.

zondag 14 april 2019

prentje en de Verzamelaarsjaarbeurs

Zoon en ik hebben niet zoveel gezamenlijke hobby's meer; helaas.
Nu hij 14 is, wil hij niet meer met me mee naar animatiefilms.
En ik heb weer niets met gamen, of YouTube (moest het zelfs opzoeken om te kijken hoe je het precies schrijft).

Maar nu grijp ik mijn kans.
'Dit weekend is de Verzamelaarsjaarbeurs, ga je mee?', vraag ik zo nonchalant mogelijk.
'Ze hebben ook veel van die Funko figures die jij leuk vindt, en denk dat ze ook wel comics van Marvel hebben.'
Jaha, ook al hebben we niet meer dezelfde interesses, ik probeer me toch (af en toe) in zijn leefwereld te verplaatsen.
Zoon gaat mee.

De Verzamelaarsjaarbeurs is één van mijn favoriete uitjes; ik schreef er al eerder over.
Het is een soort rariteitenverzameling.
Het leukst vind ik de standjes waarbij het niet duidelijk is wat ze verkopen.
Inmiddels ben ik er achter dat die een soort tentoonstelling vormen.
Mensen zijn gewoon trots op hun klassieke caravan, brandweerwagen, krabben- of McDonalds Happy Meal-verzameling.
En geef ze eens ongelijk.

Zoon had net een verzameling Spidermanstripboeken op de kop getikt toen ik de Balloon Dog zag.
Het ballonnenhondje (beroemd geworden door de stalen kunstwerken van Jeff Koons) maar dan in een houten uitvoering dat ook nog eens aardewerk bleek te zijn.
Een imitatie van een imitatie van een imitatie.
'Da's echt wat voor jou mam', zei Zoon enthousiast.
Ik hoop maar dat hij het positief bedoelde. 

Een dag ervoor hadden we het over contrasten gehad.
Zoon vertelde over een vriendje met een t-shirt waarin met hartjesletters niet zulke hartelijke
teksten stonden.
Het deed me denken aan het borduurwerkboek vol scheldwoorden.

'Of dit dan'.
Zoon wijst naar een verzameling ouderwetse bordspelletjes.
Maar dan gebaseerd op digitale games.
Genietend lopen we verder. 
We hebben niet meer zoveel gezamenlijke liefhebberijen, Zoon en ik.

Maar wat we samen hebben, is meer dan genoeg.   

woensdag 3 april 2019

prentje en de cursus(sen)

Dagelijks hou ik me in mijn werk bezig met (visuele) communicatie.
Een vak waar ik veel voldoening uit haal.

Maar één keer per jaar wil ik met mijn handen in de klei.
Dat ik mijn blog tien jaar geleden 'prentje maakt' noemde, was geen toeval.

Afgelopen lente volgde ik een week lang een cursus pottenbakken in Kopenhagen.
Het jaar ervoor was ik aan het houtdraaien.
(Grappig, bovenstaande foto toont twee resultaten van eigen werk, waarvan één in schaduw).  

Het fijne van zelf iets maken, vind ik het imperfecte ervan.
Ik ben dan ook groot fan van Wabi Sabi, de schoonheid van imperfectie.
(Bovenstaande foto toont ook mijn zelfgeverfde muur, do I need to say more?
De uitdaging zit 'm nu vooral in het vinden van een leuke cursus.
Want inmiddels heb ik al kleren genaaid, glas geblazen, steden gefotografeerd, illustraties gemaakt, kastjes getimmerd en ga zo maar verder.
Afgelopen winter volgde ik een eendaagse workshop porselein gieten:
Dat smaakte naar meer.

Keramiek heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me.
Ik hou van het 'aardse'; de combinatie van een 'gewoon' gebruiksproduct en de esthetische kant ervan.
De eenvoud van het ambacht.
En het combineren van mat en glans; ik zei het al eerder.
Ach, eigenlijk droom ik gewoon van een kleine werkplaats met een eigen winkeltje eraan vast.  
Dat ik dan overdag mooie dingen ga maken en af en toe naar de winkel loop als het belletje gaat.
En dat ik dan aan het eind van de middag met de hond door de duinen zwerf. 
Om vervolgens terug te keren naar mijn tiny house. 
Met open haard.
Op Schiermonnikoog.    
The simple life. 
Terug naar de werkelijkheid.

Het huisje met werkplaats en winkeltje is er nog niet, maar ik heb wél besloten dat ik mijn workshop ga vervolgen met een cursus porselein gieten van enkele weken.
Waar ik zelf mijn mal mag maken (ik denk aan een lamp), glazuur mag mengen en meer van dat soort zaligheden.
Nog even geduld.
Ik begin na Pasen.

woensdag 27 maart 2019

prentje in Parijs

Mijn lief en ik vertrokken naar Parijs om onze verjaardagen te vieren.
En het begin van de lente. 
Hoe kun je niet van Parijs houden? 
We huurden een studio in Les Marais. 
Genoten van de magnolia's in bloei.
Bezochten het Rodin museum.
Het Musée d'Orsay.
De schoonheid van Parijs heeft me sprakeloos gemaakt. 

woensdag 20 maart 2019

prentje en de metamorfose (de zoveelste)

Natuurlijk kwam ook die tweede kast
Als U me een beetje kent, had U dat juist ingeschat. 
Ik haalde 'm op in Den Bosch. 
De meneer had een woonkamer vol vintage Marktplaatsvondsten. 
Trots liet hij me zijn eettafel zien. 

'Finn Juhl. Moest er drie uur voor rijden.
Waren slechte foto's, ik meende 'm te herkennen aan een randje.
Maar je weet het niet zeker hė. 
Ik ernaar toe; mensen hadden geen benul wat ze in huis hadden staan.'

Bewonderend keek ik naar zijn tafel.  
Maar daar kwam ik niet voor. 
Ik kwam voor mijn tweede Lutjenskast. 

'Dutch Design; het vertrekt allemaal naar het buitenland. 
Dáár weten ze het wel op waarde te schatten. 
'Van Teeffelen bijvoorbeeld; het gaat allemaal met de boot naar Engeland.'

Ik voelde me een opeens een redder van het Nederlands cultureel erfgoed. 
De kast was in een slechte conditie, maar ík ging 'm redden. 
Dit werd mijn missie.
De kast was overigens leeg; er zat geen binnenwerk meer in, op wat plastic haken na (de heiligschennis). 
Die heb ik als eerste verwijderd. 
Het voordeel van geen binnenwerk was dat ik 'm zelf kon indelen. 
De planken liet ik op maat zagen. 
Hemel en aarde bewoog ik om iemand te vinden die de originele Gouda Den Boer sleutel kon namaken (die zijn grote broer wel had).   
Toen dat niet lukte, begon ik een speurtocht naar een kopie van de kopie (er zat één sleutel bij).
Uiteindelijk kreeg ik een tip om bij de Sleutelkoning in Utrecht te gaan kijken.
En warempel, die had 'm gewoon op een rekje hangen. 
De prachtige knoppen liet ik draaien bij de Utrechtse houtdraaier waar ik ook ooit een cursus volgde. 
De stempels op zijn poot vond ik bij een man in het oosten van het land. 
Missie geslaagd. 
Alleen moest de muur nog een mooie kleur krijgen waardoor hij goed tot zijn recht zou komen. 
Ik koos voor 'Spiced Honey', toevallig de kleur van het jaar volgens Flexa. 
Inspiratie hiervoor had ik opgedaan bij HUSK Ceramics, waar ik deze winter een cursus porseleingieten volgde. 
Hun 'BAKKIE'; een samenwerking met studio TOIMII, had ik voor Sinterklaas gekregen. 
Niet alleen de kleur, ook het contrast tussen mat en glans inspireerde me opnieuw. 
Boven mijn gasfornuis maakte ik een spatwand:
(En bleek ik opeens tegels te kunnen zetten.
De tegelvoeg mengde ik bij gebrek aan gereedschap maar met mijn keukenmixer. 
Zoon wil voorlopig geen zelfgebakken appeltaart meer.)
Enfin, uiteindelijk ging het hele huis weer in de metamorfose. 
Want als je eenmaal retro-meubels in huis haalt, voelen de 'gewone' meubels opeens zo, tja, gewoon. 
Ik kreeg van heel lieve mensen deze prachtige stoel uit de jaren vijftig (die 'm al die jaren op zolder hadden bewaard):
Zoals U ziet, ging ik los met behang: 
U had toch niet gedacht dat ik het afgelopen halfjaar had stilgezeten, toch? 

zondag 17 maart 2019

prentje en Lutjens

'Mama, je ziet helemaal blauw'. 
Bezorgd kijkt Zoon me aan. 
'Ik heb 'm', is alles wat ik nog kan antwoorden. 

Een paar maanden eerder. 
Ooit schreef ik een blog over de kast van Lutjens, die ik dolgraag wilde. 
Ik was verliefd geworden op zijn rondingen, zijn knoppen; nou ja, alles eigenlijk.
En zeg nou zelf; hoeveel mooie garderobekasten zijn er nu?
Hoe vaak ziet U in een woonblad een foto van een slaapkamer waar een garderobekast op staat?
Het zijn toch vooral praktische meubelstukken. 
Dat was die van mij ook hoor; een witte glanzende Ikea Pax-kast voor een witte muur.
Dat moest anders. 
Dat kón ook anders, ware het niet dat Mijn Ultieme Kast uit de jaren vijftig komt en in een beperkte oplage is gemaakt. 
Er stond er eentje op Marktplaats. 
Ik zag 'm en een lieve bloglezer wees me er ook nog op. 
Maar dat was de kleinste versie en zelfs als ik driekwart van mijn kleren weg zou doen, zou het niet passen. 
De Pax-kast had namelijk één voordeel: hij was enorm groot. 
En hij was niet in een goede staat: niet de echte knoppen, niet de echte sleutels, en geen binnenwerk.
Toch hield ik de advertentie in de gaten.  

En toen kwam de dag dat mijn ideale kast opeens op Marktplaats stond. 
In de uitvoering die ik wilde voor mijn slaapkamer: de grootste versie. 
Ik zou nu maar de helft van mijn kleren weg hoeven te doen. 
Mét de twee originele sleutels van Gouda Den Boer, de meubelfabriek waar ie is geproduceerd. 
Ik moest 'm hebben. 
Ik ging bieden. 
Maar ik had een meteen een concurrent die flink meeging. 
Ik hield mezelf een maximum bedrag in mijn hoofd voor. 
Verder zou ik écht niet gaan. 
Ik wist wel wanneer ik moest stoppen.
'Voor 100 euro meer mag je 'm hebben', las ik.
'Deal' schreef ik. 

Maar goed, hoe ging ik de Mooiste Kast ter Wereld vervoeren?
Ik besloot om eerst maar eens te gaan kijken. 
Het adres was ergens onder de rook van Rotterdam. 
Een stoere vrouw deed open. 
'Ik heb 'm al voor je uit elkaar gehaald', zei ze. 
Zelfs uit elkaar kon ik de schoonheid zien. 
Ik was verblind.
Hij leek ook niet meer zo groot. 
'Ik denk dat ik 'm zo wel mee kan nemen', hoorde ik mezelf opeens zeggen. 

De stoere vrouw bleek een politieagente te zijn die haar mannetje stond.
Ze wierp één blik op mijn auto en zei: 'als je de banken en stoelen naar voren klapt, kunnen we 'm er zo inschuiven'.   
Want had ik U al verteld dat ie mee moest in mijn Fiatje 500?
'Ik heb zelf ook een kleine auto, en er kan meer in dan je denkt', zei ze.
'Ik haal overal meubels vandaan en heb soms ter plekke nog een stuk van een een poot afgezaagd'. 
Samen sjouwden we alle losse onderdelen de auto in. 
De schroeven haalde ze uit de kastdeur met een boormachine.
Met één knie op de vloer. 
Ik kon me plots helemaal voorstellen hoe deze vrouw een verdachte op de grond hield. 

En net toen ik dacht dat we alles hadden, bleek er nog een áchterplaat te zijn. 
Die paste niet in de auto. 
Ik hoorde mezelf opeens zeggen dat ik dan wel mijn dak opende.
Die kast moest mee. 

We bogen de plaat als een soort dak voor mijn cabrio en maakte 'm met een touwtje vast. 
De rest van de auto lag helemaal vol losse planken. 
Mijn zicht was minimaal.
'Word ik zo niet van de weg gehaald?' vroeg ik nog lacherig. 
Ik had nu de kans om het te checken bij een agent.
'Zolang je in je buitenspiegel kunt kijken, is het geen probleem', was het antwoord. 
Het werd een soort dodemansrit. 
Om het prachtige hout te beschermen, had ik mijn winterjas tussen de planken gelegd. 
Het vroor minimaal vijf graden. 
Ik kon niet harder dan 70 kilometer. 
Het was spits.
Ik kon bijna niets zien, maar hoorde wel auto's toeteren. 
Op een gegeven moment keek ik in de oplichtende koplampen van een enorme vrachtauto.
Ik bleek op een verkeerde baan te rijden die alleen voor vrachtverkeer was bedoeld. 

Zoon trekt zijn jas uit en overhandigt 'm aan mij.
Ik heb het overleefd. 
Samen sjouwen we de kast naar boven, waar hij het bad vol laat lopen.
Met een kop thee zit ik even later op de bank. 
Ik kijk naar de advertentie van de kleine kast. 
Deze zou eventueel in de woonkamer kunnen. 
Liefde kan ver gaan. 
Zou ik dan toch...?