woensdag 22 november 2017

prentje en de metamorfose

Wonderlijk is dat toch. 
Ik kan soms ineens 'geraakt' zijn door iets dat al jarenlang bestaat. 
Opeens triggert er iets. Word ik geïnspireerd. 
En vervolgens lijkt het of ik allemaal signalen krijg, die 'het' bevestigen. 

Zo ben ik nu in de ban van zwart. Off black. Net-niet-helemaal zwart. 'Warm' zwart. Charcoal

Ik zag het op de cover van Elle Decoration
Opeens wilde ik ook donkere muren in mijn woonkamer. 

Snel reed ik naar de bouwmarkt om dezelfde verf te halen als die ik voor mijn slaapkamermuren had gebruikt. 'Industrial Grey'.
Ik begon met één muur. Wow. 
Wat kwam de foto van Cruijff en mijn papa nu mooi uit. 
Ik ging door met de volgende muur. 
Besloot de kast in dezelfde kleur te verven. 
Leren handgrepen erop. Als nieuw. 
Het combineerde ook zo mooi met donker hout. 
Toen sloeg ik door in mijn enthousiasme. 
Verfde alle muren van mijn woonkamer en keuken 'Industrial Grey'. 
Dat was een beetje teveel van het goede. 

Een deel verfde ik over in 'Urban Grey'. 
Inmiddels arriveerde ook mijn 'nieuwe' tafel, de oude tafel van mijn lief, liefdevol opgeknapt door zijn vader. 
Bij mijn vriendin vond ik een waanzinnig gave stof, die mooi als tafelkleed over mijn tafel paste. 
Ik ben gek op het net-niet-dekkende effect. Het imperfecte. 
Ik vond de stoffenlijn zo mooi, dat ik een 'gaze' variant binnenstebuiten inlijstte. 
Ik zette het in de hal, naast een afbeelding van Rothko waar het me aan deed denken. 
Wacht eens. Misschien moest ik ook gelijk mijn hal meeverven!
En omdat ik in mijn hal altijd nog net iets meer durf, probeerde ik een nieuw effect uit: beton. 
Wow. 
Eigenlijk wilde ik dat ook wel in mijn keuken. 
Zou ook praktisch zijn, aangezien er vaak ook spatvlekken komen achter mijn fornuis. 

Maar wat ik ook probeerde, ik kreeg niet meer het effect van de hal. 
Het nonchalante effect bleef weg; het werd te geforceerd. 
Inmiddels zaten er wel vijf lagen op in allerlei varianten grijs-zwart. 

Gefrustreerd spoelde ik voor de zoveelste keer mijn kwast uit in een sopje. 
Impulsief smeerde ik de natte kwast uit op de wand voor me. 
Wow. 
Dit was het effect wat ik zocht!
Geïnspireerd door een Mickey Mouse skull haalde ik mijn Nijn-skelet ook maar weer eens uit de kast. 
Wat hou ik toch van dat donkere randje. 
Dat liefelijke wat dan ook een spannende kant heeft.  
Het contrast.
En zo rolt de inspiratie maar door en door en door. 

Gelukkig maar. 

maandag 23 oktober 2017

prentje en de hashtag

Ik was begin twintig en het was me eindelijk gelukt bij het bedrijf binnen te komen waar ik al jaren van droomde.
Hoe het uiteindelijk is begonnen, staat me niet meer helder voor de geest.
Wel hoe het afliep.
Ik mocht niet eens meer mijn jas en tas op de afdeling halen.
Via het trappenhuis heb ik het pand moeten verlaten.
Mijn carrière bij deze organisatie was voorbij.
Maar niet omdat ik niet goed was in mijn vak.

Bleu als ik was, heb ik een contract getekend dat ik geen zaak zou aanspannen.
Ik kreeg een bedrag mee; 'voor de psycholoog'.
De grootste boosdoener werd een week geschorst en kreeg een aantekening in zijn dossier.
'Een geintje', had hij het genoemd.
Eén krant kreeg lucht van deze (smerige) zaak en publiceerden een groot artikel.
Wat ik me vooral herinner, is de schaamte.
Ik durfde de deur niet meer uit, zag het al voor me hoe SBS 6 op de stoep zou staan.

En wat had ik dan moeten zeggen?
Klopt, ik heb niets gedaan.
Het werd van kwaad tot erger en ik hield mijn mond.
En ik heb al die jaren erna mijn mond gehouden.
Droeg het mee als een groot geheim.

Maar ik hou mijn mond niet langer.
En met mij vele vrouwen.
Als je googled op #metoo krijg je bijna 100.000.000 resultaten.
Ik word verdrietig van alle verhalen die nu loskomen.
Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld als in die periode.
Maar blijkbaar ben ik niet de enige.
Integendeel.
En in al die verhalen komen dezelfde woorden voor.
Schaamte.
Onmacht.

Ik hoop zo dat er nu een frisse wind gaat waaien.
En niet een wind die overwaait.
Maar een storm waarvan we later kunnen zeggen: 'dit was het kantelpunt'.
Vanaf deze tijd werd dit soort gedrag niet meer getolereerd.

De toekomst zal het leren.
Maar schaamte is hopelijk verleden tijd.

dinsdag 17 oktober 2017

prentje en het nagelbijten

'Maar hoe weet ik dan of ik geopereerd ben?'
'Dan kijk je op de klok. Is het half 2 's middags, dan zijn we doorgegaan.
Is het half 11 's ochtends, dan is het einde oefening.'

Mijn zwager vecht al een jaar tegen een vreselijke ziekte.
Een jaar lang heeft hij de zwaarste chemotherapieën en bestralingen ondergaan.
Zonder één keer te klagen.
Met altijd oog voor zijn omgeving.
Wíj moesten ons vooral niet teveel zorgen maken.
Dat deden we natuurlijk stiekem wel, want mijn zwager is een geweldige vent.
Eerlijk als goud, recht door zee, no-bullshit en kom niet aan zijn familie.

Hij voelt als een extra grote broer.
Haalde me op als mijn hart weer eens gebroken was.
Wist eigenlijk niet zo goed wat te zeggen, want eigenlijk vond hij geen vriendje goed genoeg voor me.
Maar hij wás er. Altijd.

In dezelfde week dat we het doodsbericht van mijn vader kregen, hoorden we dat de tumor terug was bij mijn zwager.
De chemo's en bestralingen waren niet aangeslagen.
De enige hoop was een hele zware operatie.
De operatie die ze eigenlijk hadden willen voorkomen.

Mijn zwager twijfelde geen moment, want hij wil maar één ding: verder leven.

En wij kunnen nog lang niet zonder hem.
Het zou ons toch niet gebeuren dat we in één maand tijd onze twee 'patres familias' kwijt zouden raken?
We moesten rekening houden met die werkelijkheid.
Als er tijdens de operatie in de directe omgeving uitzaaiingen gevonden zouden worden, zouden ze er niet eens aan beginnen.
Kwestie van op de klok kijken of het einde oefening was, zoals de ongelofelijk 'empathische' chirurg hem had meegedeeld.

Het leek weken te duren voor de dag van de operatie aanbrak.
Ik had vrijgenomen, want ik wilde niet dat Zus in haar eentje nagelbijtend naar de klok zou moeten kijken.
Zij zou thuis een telefoontje krijgen van het ziekenhuis.
Was het half 11, dan wist ze dat het foute boel was.

De telefoon lag op tafel.
Twintig keer checkten we of hij het wel deed.
'Heb jij ooit eerder zo zitten hopen dat de telefoon niet zou gaan?', vroeg Zus.

Mijn gedachten gingen terug naar een zwarte middag, bijna dertig jaar geleden. 
De uitslag van mijn VWO-examen. 
De telefoon ging. Te vroeg. 
'Je bent gezakt', zei een stem. 
Verbijsterd legde ik neer. 
Het leek of mijn wereld instortte.
Hoe was dat mogelijk? 
Mijn vader vertrouwde het niet, en belde de school.
'Onmogelijk. De docenten zitten nog in vergadering', zei de conciërge. 
Het hoogtepunt van jarenlang pesten. 
Of eigenlijk het dieptepunt.
Als troost werd ik als eerste gebeld. 
Met vlag en wimpel geslaagd. 
Een pleister op de wonde.
Het litteken is nooit verdwenen.

De telefoon ligt op tafel, dit keer is het een mobiele.
Ik probeer er een soort magische straal op los te laten: nietgaannietgaannietgaan.

Hij gaat niet. Het wordt 11 uur.
'Ik zou nu toch wel gebeld zijn als ze zijn gestopt?', vraagt Zus voorzichtig.
Half 12. Hij gaat nog steeds niet.
Zus krijgt weer wat kleur op haar wangen.

Vijf over half 2.
'Hij is geopereerd', zegt een vriendelijke stem. 'Jullie mogen eind van de middag naar hem toe.'

Vijf chirurgen hebben een medisch wonder verricht.
Waaronder één niet zo empathische.

Als we op de IC komen, ga ik bijna onderuit. Alle stress komt er in één keer uit.
Wat een bikkel is mijn zwager. Wat ben ik trots.
En wat hou ik veel van hem.

De spanning is nog niet helemaal weg; er komen nog uitslagen binnen.
Maar deze horde heeft hij genomen.

What doesn't kill you, makes you stronger.

dinsdag 3 oktober 2017

prentje en Maria Roosen

In een periode waarin de vergankelijkheid in mijn familie in meerdere opzichten centraal staat, zoek ik troost in de kunst. 
Ik verheugde me al maanden op de tentoonstelling 'Vuur' van Maria Roosen in de Kunstkade in Amersfoort.
Dus toen de expositie afgelopen zondag opende, was ik er als de kippen bij.

Voor mij toont het werk van Maria Roosen de kwetsbaarheid van het leven.
Ze werkt veel met glas, wat de breekbaarheid al in zichzelf heeft.
Ik vind haar werk puur, rauw en het ontroert me. De emoties zitten aan de oppervlakte.
Zo hangt er een tafelkleed met ontelbare zigzaglijnen van de naaimachine, gemaakt in een periode van liefdesverdriet.
Ik zie haar als het ware over het tafelkleed heen rauzen, heen en weer, en verdorie nóg is haar verdriet niet weg.

Het menselijk lichaam staat op allerlei manieren centraal.
'Het werken met ronde vormen heeft iets troostends', zegt ze zelf. Voor mij heel herkenbaar.
Daarnaast stopt ze veel humor en relativering in haar kunst.

Breekbaar. Emotioneel. Puur. Relativerend.

Geweldige tentoonstelling op het juiste moment.

maandag 25 september 2017

prentje en papa, slot

Het begon woensdagmiddag, 12 uur.
Een telefoontje van de arts van het verzorgingstehuis.
Ze maakte zich zorgen over mijn vader.
Hij had een 'Ileus'. En een longontsteking.
Ik zocht op Wikipedia op wat een Ileus was.
Een darmdraaiing met als gevolg dat de darm wordt afgesloten.

Ik zat niet meer rustig thuis.
Toen Zoon uit school kwam, reden we er samen naartoe.
Zus was er al, samen met mijn moeder.
Mijn vader sliep, maar werd even wakker.
Hij maakte grapjes met Zoon.
Zei vervolgens dat hij een mooie jongen was en ik een lieve meid.
Ik moest terug naar huis omdat Zoon moest trainen.
Life goes on.

Ik zat niet meer rustig thuis.
Vroeg aan ex-Man of Zoon bij hem mocht slapen en besloot te waken over mijn vader.
Er werd een bed bijgezet.
Om 01.30 uur reed ik naar huis.
Het continue stokken van de adem van mijn vader en het geschreeuw van een buurman bezorgden me bijna een zenuwinzinking.
Het viel me tegen van mezelf dat ik het niet op had kunnen brengen.

Ik zat niet meer rustig thuis.
Liet mijn werk weten dat ik voorlopig niet kwam en reed 's ochtends opnieuw naar mijn vader toe.
De dienstdoende arts zei dat hij hem zo langzamerhand in slaap wilde brengen.
Op een waas van morfine en slaapmiddel zou hij uit het leven wegglijden.
Ik hield zijn hand vast.
Bleef bij hem tijdens alle noodzakelijke medische handelingen.

De verpleging bracht me een kop soep.
Die avond kwamen Zus, Broer, mijn moeder en ex-Man langs.
Het lukte me maar niet om mijn vader alleen te laten.

Vlak voor ik naar huis ging, werd hij opeens onverwachts wakker.
Moest overgeven en vroeg of hij hoge koorts had.
De verpleging vroeg hem weer te gaan slapen.
Hij zei dat hij niet wilde slapen.
'Ga maar slapen papa', zei ik ook.
De "doorwaakte" nacht ervoor had me gebracht waar ik jarenlang naar op zoek was: ik kon hem eindelijk laten gaan.
Mijn vader deed zijn ogen dicht.

Ik zat niet meer rustig thuis.
Reed de volgende ochtend weer naar hem toe.
Broer zat er, samen met de arts van het telefoontje van woensdag.
'Ik ben in de afgelopen dagen van je vader gaan houden', zei ze.
'Wat een lieve man. En wat is hij aan het vechten.'
Ik knikte.
Was nog steeds trots op mijn vader.
En zag ook hoeveel moeite het hem kostte om het leven los te moeten laten.
Sterker nog, ik durfde hem niet eens te vertellen dat hij met dit gevecht bezig was.

De rest van de ochtend deed ik het enige dat ik nog voor hem kon doen: zijn mond schoonhouden van de prut die uit zijn longen kwam.
'Je hebt longontsteking pap', zei ik.
Dwars door de chemische waas van opgevoerde morfine en slaapmiddel glimlachte hij naar me.
Vervolgens wachtte ik op de gang om de volgende bezoeker te verwelkomen.

Toen we de kamer binnenkwamen, leek de sfeer veranderd.
Het was opeens stil.
'Ik denk dat hij zojuist is overleden', zei ik.
We liepen naar het bed.
Het was waar.
Ik drukte op de noodknop en zakte naar de grond.

Het was heel anders gegaan dan ik me al die jaren had voorgesteld.
Ik dacht dat ik een telefoontje zou krijgen.
Nooit had ik me voor kunnen stellen dat ik mijn vader zelf zo zou vinden.
Maar ik was niet alleen.
Naast me stond mijn Lief.
Onze relatie bleek niet alleen bestand te zijn tegen een vreselijke break-up; maar ook tegen de dood.

'Wil je me helpen je vader te wassen en aan te kleden?', vroeg de uitvaartbegeleidster.
Even sloeg de schrik me om het hart.
'Dat zou ik graag willen', antwoordde ik vervolgens.

Een week lang leefde ik op een andere planeet.
Ontwierp zelf de kaart voor mijn vader.
Met op de voorkant de foto die ik had gemaakt van hun handen toen mijn vader en moeder zestig jaar getrouwd waren.
Zocht samen met Zus een grafplaats uit.
Zocht half Nederland af voor een fotolijststeuntje.

En toen werd het de derde vrijdag deze maand die in het teken van mijn vader stond.
Hij was op de 8e jarig; overleed op de 15e en werd begraven op de 22e.

Wat was het mooi.
Een beter scenario dan ik zelf ooit had kunnen verzinnen.
Met een heel persoonlijke en besloten ceremonie.
Eekhoorntjes die langs de stammen roesden toen we hem naar zijn laatste rustplaats begeleidden.
Groene parkietjes in de boom toen de stoet even stilstond.
En drie sterretjes die de kleinkinderen vonden op de grond voor zijn graf.
Voorzichtig legden ze die op de kist.

Tijdens de koffie kwam mijn neef samen met zijn vriendin op me afgelopen.
'We hebben wat voor je. Van de week waren we op een lezing van een Google-topman.
Hij was op zoek naar een geluksformule toen zijn zoon volkomen onverwachts overleed op 21-jarige leeftijd.
Nu heeft hij één missie: zijn bevindingen delen met de rest van de wereld.
We hebben het boek voor je gekocht.
Kijk, hij heeft er een persoonlijke boodschap in geschreven.'
Dezelfde avond nog begon ik in het boek. 
Het schemerde al. Het was regenachtig. 

Opeens brak de zon door. 
We never really die

zaterdag 16 september 2017

vrijdag 8 september 2017

prentje en papa

89 is hij vandaag geworden. Negenentachtig. Allemachtig.
Als ik vraag of hij weet hoe oud hij nu is, zegt hij snel: '44'.
Mijn vader weet zijn dementie nog altijd op een charmante manier te verhullen.

We zitten met z'n allen een mierzoet gebakje te eten in de ruimte beneden van het verzorgingshuis.
Er schuifelt een oude vrouw voorbij met haar rollator.
Haar blik is verward; opgesloten als ze is in haar ziekte.
'Waar moet ik nou zitten?'
Ik kan het niet aanzien. 'Zal ik even met u een plekje zoeken?', vraag ik haar.
Dankbaar kijkt ze me aan.
In een grijze wereld is elk vriendelijk woord een lichtpuntje, vermoed ik.

Ik loop met haar naar een rond tafeltje met drie stoelen aan het raam.
'Híer ga ik niet zitten', zegt ze beslist. Ik wil bij die mensen dáár zitten.'
Lichtelijk beschaamd vraag ik aan een familie aan het tafeltje ernaast of ze bij hen mag zitten.
De vrouw kijkt me verhit aan, een laptop staat aan tafel.
'We zitten net iets moeilijks te regelen', zegt ze.
Ik knik. Elke familie hier heeft zo zijn eigen zorgen.

De vrouw met de rollator is inmiddels al doorgeschuifeld, haar aandacht is mee verschoven.
In mijn ooghoek zie ik een verbaasde blik van een jonge vrouw achter in de twintig die er een stoel bij pakt zodat de vrouw kan aanschuiven aan haar tafeltje.
Lichtelijk opgelucht loop ik terug naar mijn eigen familie.

Ik zie mijn vader bijna knikkebollen.
Als hij niet al in een rolstoel zat, was hij nu door zijn hoeven gezakt.
'Moe hė, pap. Zal ik je naar je kamer brengen?', vraag ik hem zonder overleg met de rest.
Hij knikt.

Samen met Zus en mijn nichtje brengen we hem naar boven.
'We krijgen 'm toch niet alleen in bed?', fluistert Zus.
Ik ga op zoek naar de verzorgster.
Ze komt aanzetten met een soort van stoellift.
Discreet willen we ons uit de voeten maken, maar mijn heerlijke Down-nichtje roept dat ze wil zien hoe opa in bed komt.
De lieve verzorgster zegt dat het geen probleem is.

Mijn 89-jarige sterke vader wordt in bed getakeld. Eigenlijk gaat het best soepel.
'Zo'n lift wil ik ook wel, voor als ik uit de kroeg kom', bazel ik, mijn ongemak verbergend.

Mijn vader steekt zijn duim op.