zondag 14 april 2019

prentje en de Verzamelaarsjaarbeurs

Zoon en ik hebben niet zoveel gezamenlijke hobby's meer; helaas.
Nu hij 14 is, wil hij niet meer met me mee naar animatiefilms.
En ik heb weer niets met gamen, of YouTube (moest het zelfs opzoeken om te kijken hoe je het precies schrijft).

Maar nu grijp ik mijn kans.
'Dit weekend is de Verzamelaarsjaarbeurs, ga je mee?', vraag ik zo nonchalant mogelijk.
'Ze hebben ook veel van die Funko figures die jij leuk vindt, en denk dat ze ook wel comics van Marvel hebben.'
Jaha, ook al hebben we niet meer dezelfde interesses, ik probeer me toch (af en toe) in zijn leefwereld te verplaatsen.
Zoon gaat mee.

De Verzamelaarsjaarbeurs is één van mijn favoriete uitjes; ik schreef er al eerder over.
Het is een soort rariteitenverzameling.
Het leukst vind ik de standjes waarbij het niet duidelijk is wat ze verkopen.
Inmiddels ben ik er achter dat die een soort tentoonstelling vormen.
Mensen zijn gewoon trots op hun klassieke caravan, brandweerwagen, krabben- of McDonalds Happy Meal-verzameling.
En geef ze eens ongelijk.

Zoon had net een verzameling Spidermanstripboeken op de kop getikt toen ik de Balloon Dog zag.
Het ballonnenhondje (beroemd geworden door de stalen kunstwerken van Jeff Koons) maar dan in een houten uitvoering dat ook nog eens aardewerk bleek te zijn.
Een imitatie van een imitatie van een imitatie.
'Da's echt wat voor jou mam', zei Zoon enthousiast.
Ik hoop maar dat hij het positief bedoelde. 

Een dag ervoor hadden we het over contrasten gehad.
Zoon vertelde over een vriendje met een t-shirt waarin met hartjesletters niet zulke hartelijke
teksten stonden.
Het deed me denken aan het borduurwerkboek vol scheldwoorden.

'Of dit dan'.
Zoon wijst naar een verzameling ouderwetse bordspelletjes.
Maar dan gebaseerd op digitale games.
Genietend lopen we verder. 
We hebben niet meer zoveel gezamenlijke liefhebberijen, Zoon en ik.

Maar wat we samen hebben, is meer dan genoeg.   

woensdag 3 april 2019

prentje en de cursus(sen)

Dagelijks hou ik me in mijn werk bezig met (visuele) communicatie.
Een vak waar ik veel voldoening uit haal.

Maar één keer per jaar wil ik met mijn handen in de klei.
Dat ik mijn blog tien jaar geleden 'prentje maakt' noemde, was geen toeval.

Afgelopen lente volgde ik een week lang een cursus pottenbakken in Kopenhagen.
Het jaar ervoor was ik aan het houtdraaien.
(Grappig, bovenstaande foto toont twee resultaten van eigen werk, waarvan één in schaduw).  

Het fijne van zelf iets maken, vind ik het imperfecte ervan.
Ik ben dan ook groot fan van Wabi Sabi, de schoonheid van imperfectie.
(Bovenstaande foto toont ook mijn zelfgeverfde muur, do I need to say more?
De uitdaging zit 'm nu vooral in het vinden van een leuke cursus.
Want inmiddels heb ik al kleren genaaid, glas geblazen, steden gefotografeerd, illustraties gemaakt, kastjes getimmerd en ga zo maar verder.
Afgelopen winter volgde ik een eendaagse workshop porselein gieten:
Dat smaakte naar meer.

Keramiek heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me.
Ik hou van het 'aardse'; de combinatie van een 'gewoon' gebruiksproduct en de esthetische kant ervan.
De eenvoud van het ambacht.
En het combineren van mat en glans; ik zei het al eerder.
Ach, eigenlijk droom ik gewoon van een kleine werkplaats met een eigen winkeltje eraan vast.  
Dat ik dan overdag mooie dingen ga maken en af en toe naar de winkel loop als het belletje gaat.
En dat ik dan aan het eind van de middag met de hond door de duinen zwerf. 
Om vervolgens terug te keren naar mijn tiny house. 
Met open haard.
Op Schiermonnikoog.    
The simple life. 
Terug naar de werkelijkheid.

Het huisje met werkplaats en winkeltje is er nog niet, maar ik heb wél besloten dat ik mijn workshop ga vervolgen met een cursus porselein gieten van enkele weken.
Waar ik zelf mijn mal mag maken (ik denk aan een lamp), glazuur mag mengen en meer van dat soort zaligheden.
Nog even geduld.
Ik begin na Pasen.

woensdag 27 maart 2019

prentje in Parijs

Mijn lief en ik vertrokken naar Parijs om onze verjaardagen te vieren.
En het begin van de lente. 
Hoe kun je niet van Parijs houden? 
We huurden een studio in Les Marais. 
Genoten van de magnolia's in bloei.
Bezochten het Rodin museum.
Het Musée d'Orsay.
De schoonheid van Parijs heeft me sprakeloos gemaakt. 

woensdag 20 maart 2019

prentje en de metamorfose (de zoveelste)

Natuurlijk kwam ook die tweede kast
Als U me een beetje kent, had U dat juist ingeschat. 
Ik haalde 'm op in Den Bosch. 
De meneer had een woonkamer vol vintage Marktplaatsvondsten. 
Trots liet hij me zijn eettafel zien. 

'Finn Juhl. Moest er drie uur voor rijden.
Waren slechte foto's, ik meende 'm te herkennen aan een randje.
Maar je weet het niet zeker hė. 
Ik ernaar toe; mensen hadden geen benul wat ze in huis hadden staan.'

Bewonderend keek ik naar zijn tafel.  
Maar daar kwam ik niet voor. 
Ik kwam voor mijn tweede Lutjenskast. 

'Dutch Design; het vertrekt allemaal naar het buitenland. 
Dáár weten ze het wel op waarde te schatten. 
'Van Teeffelen bijvoorbeeld; het gaat allemaal met de boot naar Engeland.'

Ik voelde me een opeens een redder van het Nederlands cultureel erfgoed. 
De kast was in een slechte conditie, maar ík ging 'm redden. 
Dit werd mijn missie.
De kast was overigens leeg; er zat geen binnenwerk meer in, op wat plastic haken na (de heiligschennis). 
Die heb ik als eerste verwijderd. 
Het voordeel van geen binnenwerk was dat ik 'm zelf kon indelen. 
De planken liet ik op maat zagen. 
Hemel en aarde bewoog ik om iemand te vinden die de originele Gouda Den Boer sleutel kon namaken (die zijn grote broer wel had).   
Toen dat niet lukte, begon ik een speurtocht naar een kopie van de kopie (er zat één sleutel bij).
Uiteindelijk kreeg ik een tip om bij de Sleutelkoning in Utrecht te gaan kijken.
En warempel, die had 'm gewoon op een rekje hangen. 
De prachtige knoppen liet ik draaien bij de Utrechtse houtdraaier waar ik ook ooit een cursus volgde. 
De stempels op zijn poot vond ik bij een man in het oosten van het land. 
Missie geslaagd. 
Alleen moest de muur nog een mooie kleur krijgen waardoor hij goed tot zijn recht zou komen. 
Ik koos voor 'Spiced Honey', toevallig de kleur van het jaar volgens Flexa. 
Inspiratie hiervoor had ik opgedaan bij HUSK Ceramics, waar ik deze winter een cursus porseleingieten volgde. 
Hun 'BAKKIE'; een samenwerking met studio TOIMII, had ik voor Sinterklaas gekregen. 
Niet alleen de kleur, ook het contrast tussen mat en glans inspireerde me opnieuw. 
Boven mijn gasfornuis maakte ik een spatwand:
(En bleek ik opeens tegels te kunnen zetten.
De tegelvoeg mengde ik bij gebrek aan gereedschap maar met mijn keukenmixer. 
Zoon wil voorlopig geen zelfgebakken appeltaart meer.)
Enfin, uiteindelijk ging het hele huis weer in de metamorfose. 
Want als je eenmaal retro-meubels in huis haalt, voelen de 'gewone' meubels opeens zo, tja, gewoon. 
Ik kreeg van heel lieve mensen deze prachtige stoel uit de jaren vijftig (die 'm al die jaren op zolder hadden bewaard):
Zoals U ziet, ging ik los met behang: 
U had toch niet gedacht dat ik het afgelopen halfjaar had stilgezeten, toch? 

zondag 17 maart 2019

prentje en Lutjens

'Mama, je ziet helemaal blauw'. 
Bezorgd kijkt Zoon me aan. 
'Ik heb 'm', is alles wat ik nog kan antwoorden. 

Een paar maanden eerder. 
Ooit schreef ik een blog over de kast van Lutjens, die ik dolgraag wilde. 
Ik was verliefd geworden op zijn rondingen, zijn knoppen; nou ja, alles eigenlijk.
En zeg nou zelf; hoeveel mooie garderobekasten zijn er nu?
Hoe vaak ziet U in een woonblad een foto van een slaapkamer waar een garderobekast op staat?
Het zijn toch vooral praktische meubelstukken. 
Dat was die van mij ook hoor; een witte glanzende Ikea Pax-kast voor een witte muur.
Dat moest anders. 
Dat kón ook anders, ware het niet dat Mijn Ultieme Kast uit de jaren vijftig komt en in een beperkte oplage is gemaakt. 
Er stond er eentje op Marktplaats. 
Ik zag 'm en een lieve bloglezer wees me er ook nog op. 
Maar dat was de kleinste versie en zelfs als ik driekwart van mijn kleren weg zou doen, zou het niet passen. 
De Pax-kast had namelijk één voordeel: hij was enorm groot. 
En hij was niet in een goede staat: niet de echte knoppen, niet de echte sleutels, en geen binnenwerk.
Toch hield ik de advertentie in de gaten.  

En toen kwam de dag dat mijn ideale kast opeens op Marktplaats stond. 
In de uitvoering die ik wilde voor mijn slaapkamer: de grootste versie. 
Ik zou nu maar de helft van mijn kleren weg hoeven te doen. 
Mét de twee originele sleutels van Gouda Den Boer, de meubelfabriek waar ie is geproduceerd. 
Ik moest 'm hebben. 
Ik ging bieden. 
Maar ik had een meteen een concurrent die flink meeging. 
Ik hield mezelf een maximum bedrag in mijn hoofd voor. 
Verder zou ik écht niet gaan. 
Ik wist wel wanneer ik moest stoppen.
'Voor 100 euro meer mag je 'm hebben', las ik.
'Deal' schreef ik. 

Maar goed, hoe ging ik de Mooiste Kast ter Wereld vervoeren?
Ik besloot om eerst maar eens te gaan kijken. 
Het adres was ergens onder de rook van Rotterdam. 
Een stoere vrouw deed open. 
'Ik heb 'm al voor je uit elkaar gehaald', zei ze. 
Zelfs uit elkaar kon ik de schoonheid zien. 
Ik was verblind.
Hij leek ook niet meer zo groot. 
'Ik denk dat ik 'm zo wel mee kan nemen', hoorde ik mezelf opeens zeggen. 

De stoere vrouw bleek een politieagente te zijn die haar mannetje stond.
Ze wierp één blik op mijn auto en zei: 'als je de banken en stoelen naar voren klapt, kunnen we 'm er zo inschuiven'.   
Want had ik U al verteld dat ie mee moest in mijn Fiatje 500?
'Ik heb zelf ook een kleine auto, en er kan meer in dan je denkt', zei ze.
'Ik haal overal meubels vandaan en heb soms ter plekke nog een stuk van een een poot afgezaagd'. 
Samen sjouwden we alle losse onderdelen de auto in. 
De schroeven haalde ze uit de kastdeur met een boormachine.
Met één knie op de vloer. 
Ik kon me plots helemaal voorstellen hoe deze vrouw een verdachte op de grond hield. 

En net toen ik dacht dat we alles hadden, bleek er nog een áchterplaat te zijn. 
Die paste niet in de auto. 
Ik hoorde mezelf opeens zeggen dat ik dan wel mijn dak opende.
Die kast moest mee. 

We bogen de plaat als een soort dak voor mijn cabrio en maakte 'm met een touwtje vast. 
De rest van de auto lag helemaal vol losse planken. 
Mijn zicht was minimaal.
'Word ik zo niet van de weg gehaald?' vroeg ik nog lacherig. 
Ik had nu de kans om het te checken bij een agent.
'Zolang je in je buitenspiegel kunt kijken, is het geen probleem', was het antwoord. 
Het werd een soort dodemansrit. 
Om het prachtige hout te beschermen, had ik mijn winterjas tussen de planken gelegd. 
Het vroor minimaal vijf graden. 
Ik kon niet harder dan 70 kilometer. 
Het was spits.
Ik kon bijna niets zien, maar hoorde wel auto's toeteren. 
Op een gegeven moment keek ik in de oplichtende koplampen van een enorme vrachtauto.
Ik bleek op een verkeerde baan te rijden die alleen voor vrachtverkeer was bedoeld. 

Zoon trekt zijn jas uit en overhandigt 'm aan mij.
Ik heb het overleefd. 
Samen sjouwen we de kast naar boven, waar hij het bad vol laat lopen.
Met een kop thee zit ik even later op de bank. 
Ik kijk naar de advertentie van de kleine kast. 
Deze zou eventueel in de woonkamer kunnen. 
Liefde kan ver gaan. 
Zou ik dan toch...?

donderdag 20 september 2018

prentje in de Efteling

Hoeveel procent van het terrein van de Efteling is bebouwd, denkt U? 
Driekwart? De helft? 
Nog geen 11 procent, volgens eigen regels. 

Dat maakt het park ook zo groen, en aangenaam om in te vertoeven. 
Ik hou van het Sprookjesbos. 
De liefdevolle details. 
Een eekhoorntje dat af en toe even omhoog piept, alleen te zien als je er op let. 

En ik vind het heerlijk dat ze de nostalgische sfeer bewaren. 
Natuurlijk zouden de poppen inmiddels volautomatisch kunnen bewegen, maar dat doen ze niet. 
Ze bewegen fijn schokkerig, het liefst nog aan touwtjes. 

En daar mag het voor mij bij blijven. 
Maar er zijn natuurlijk ook attracties in de Efteling waarin het Snel, Over de Kop en Draaierig aan toegaat. 
En het liefst nog allemaal tegelijk. 

Ik kan daar niet tegen. 
Ik word namelijk al misselijk in een stilstaande bus.

Maar goed, nadat ik al een aantal keer aan de kant was blijven staan, liet ik me overhalen om mee te gaan in Villa Volta. 
'Dat is niet eng.'
'Alleen maar mooi.'
'Je beweegt nauwelijks.'
Ja, ja.

Al na één seconde realiseerde ik me dat dit een slecht idee was geweest. 
De hele kamer ging draaien, en alles in mijn lijf draaide mee. 

Het enige dat ik nog kon, was met dichtgeknepen ogen wachten tot het voorbij was. 
De rest van de dag bleef ik draaien. 
Het park wilde niet meer recht worden. 

Af en toe baal ik er van dat ik een 'gebruiksaanwijzing' heb.
Op tijd naar bed. 
Om de paar uur wat eten.
Geen enge films kijken. 
En vooral niet in voertuigen of attracties waar mijn evenwichtsorgaan van ondersteboven raakt. 

O, hoe fijn zou het zijn om een sterke, stressbestendige vrouw te zijn die niet zo snel emotioneel en fysiek uit evenwicht raakt? 
Die niet in elkaar krimpt bij confrontaties (of wegloopt)?
Die voor zichzelf op kan komen als het nodig is?
Die gewoon een avondje tv kan kijken zonder 's nachts alle beelden nog een keer voorbij te zien komen?

Het lijkt me heerlijk. 
Maar ik zit niet zo in elkaar. 

Ik ben te bang. 
Te emotioneel.
Te gevoelig. 
Te snel in paniek. 
Te melancholiek. 

En ik ga proberen mezelf niet meer te veranderen in iets dat ik niet ben. 
Ik ga écht proberen me niet meer anders voor te doen. 

Want er blijft nog zoveel over. 

De ontroering van een mooie lichtval. 
De geur als het net heeft geregend. 
Een liedje dat me kippenvel bezorgd. 
Een omhelzing waar ik in kan verdwijnen. 

Ik zie het, voel het, beleef het, geniet het. 

Dat is al zo ongelofelijk veel. 

dinsdag 18 september 2018

prentje en het boek


Soms lees ik een boek dat me zo naar de keel grijpt, dat ik het af en toe moet wegleggen.
En ook hier geldt: het effect is het grootst als je het niet verwacht.

Van mijn lieve tijdelijke collega kreeg ik het boek 'Liefdesbang' te leen.
Hannah Cuppen beschrijft hierin hoe veel mensen uit zelfbescherming zichzelf onbewust een dans hebben aangeleerd die ons eerder afhoudt van de liefde dan ons dichterbij brengt.
Het niet kunnen verbinden omdat angst het steeds weer overneemt van de liefde.

Ik schreef deze blog al eerder, maar haalde 'm vervolgens weer weg. 
Ik was bang dat ik teveel informatie tegelijkertijd over U heen stortte. 
Het punt is, als ik ergens enthousiast over ben, wil ik het graag delen. 
Maar in één blog een heel boek samenvatten, is niet handig. 

Het is als een kruidenmix waar je eigenlijk water aan moet toevoegen.  
Door dingen te herhalen, geef je de lezer de kans het te laten inwerken. 

Toch besloot ik 'm opnieuw te plaatsen. 
Omdat ik mijn blog ooit ben begonnen met de achterliggende gedachte: delen wat je raakt. 

En dat is exact wat Hannah ook schrijft in het boek.

Het mooie van dit boek vind ik ook dat ze schrijft om niet te veel naar 'de ander' te kijken.
Maar: 'om de dans te veranderen, moeten we beginnen bij onze eigen passen'.

De dans; dat is de wisselwerking tussen de twee polen verlatingsangst en bindingsangst. 
Hannah noemt het ook wel de 'dynamiek'.
Ze beschrijft deze dynamiek aan de hand van enorm aansprekende voorbeelden en ook uit eigen persoonlijke ervaring.

Hoe raar het misschien klinkt, bindingsangst en verlatingsangst hebben veel gemeen.
Diep vanbinnen ben je even bang, of je nu achtervolger bent of wegloper.
Je rent even hard weg van je eigen angst.
Mensen met verlatingsangst hebben vaak niet door dat ze 'liefdesbang' zijn; zij willen zich immers toch wel binden?
Het bijzondere is dat je juist die wens en dat verlangen hebt bij mensen die hiertoe niet in staat lijken te zijn.
Je richt je zo op de ander om het contact met je eigen angsten vermijden.

Onder de dynamiek schuilt een oude diepzittende wond die aan de oppervlakte niet te zien is en waar je je ook vaak niet bewust van bent.
Het wegvallen of aangaan van een verbinding triggert deze wond.
De angst voelt zo reëel, dat er moeilijk onderscheid kan worden gemaakt tussen heden en verleden.
Vanuit de oude angst is de eerste reactie van het lichaam overleven; wat betekent: vechten, vluchten of 'bevriezen'.

De oorzaak ligt vaak in de vroegste jeugd.
Een kind is totaal afhankelijk van warmte, liefde en zorg van anderen, in eerste instantie de moeder.
Ouders die getraumatiseerd zijn door levensbedreigende situaties of pijnlijke verliezen, zijn meestal niet in staat een gezond hechtingsproces met hun kind aan te gaan.
Dit kan een eigen trauma zijn maar ook het trauma van hun ouders.
Ze zijn emotioneel niet beschikbaar voor de behoeften van hun kind.
Vanuit een sterke loyaliteit doen we als kind alles om het lijden van wie we afhankelijk zijn te verlichten, in de hoop dat we dan ook krijgen wat we zelf zo hard nodig hebben.
Je kunt dit als kind alleen doen als je jezelf verlaat, als je je eigen behoeften en verlangens wegdrukt.
Hier ontstaat de wond van verlatenheid of verstikking.
Je 'verinnerlijkt' als het ware de verlating in je relatie met jezelf.

Vaak ligt aan de dynamiek van verlatings- en bindingsangst één of andere vorm van geboortetrauma ten grondslag.
Denk aan een traumatische bevalling of kinderen die na de geboorte door hun biologische ouders worden verlaten.
De dynamiek refereert aan een angst voor de dood en is als het ware in je systeem 'opgeslagen'.
Dit kunnen oorlogservaringen zijn (van eerdere generaties) of zware verliestrauma's, zoals het verliezen van een of meerdere (ongeboren) kinderen.
Ook een langdurig ziekenhuisverblijf kan bij een kind een diepe onzekerheid en gevoel van verlating veroorzaken.

Met als mogelijk gevolg onthechting.
'Ik red mezelf wel.'
De overlever wordt aangesproken.
Autonomie wordt belangrijker dan verbinding.
Als je jezelf onkwetsbaar maakt, heb je de illusie dat de ander je niet kan raken of afwijzen.

Een ouder kan een kind ook naar zich toe trekken voor het vervullen van de eigen behoeften.
De ouder zoekt troost bij het kind, wat op den duur voor verwarring zorgt.
Wanneer je als kind niet in je eigen behoeften bevredigd ziet, ben je vaak in je volwassen leven bang om grenzen te stellen en word je afhankelijk van een ander.
Je raakt het contact met je authentieke gevoelens kwijt. 

Het onderkennen dat ouders emotioneel niet beschikbaar konden zijn, betekent overigens niet dat ze daarmee 'de schuld' krijgen.
Of zoals er zo mooi staat: 'wie de schuldvraag wil beantwoorden, heeft zijn eigen pijn nog niet gezien. 
Wie geen behoefte heeft aan de schuldvraag, heeft zijn eigen onmacht omarmd.'

In de partnerrelatie op volwassen leeftijd zit vervolgens de verslavende belofte dat je alsnog krijgt wat je nodig hebt.
Je gaat als het ware op zoek naar datgene wat je zelf mist.
Als je het bijvoorbeeld moeilijk vindt om voor jezelf op te komen, kun je onbewust op zoek gaan naar iemand die dit wel kan. 
Maar die gaat misschien wel makkelijker over de grenzen heen van anderen.
Als de tegenstellingen tussen partners groot zijn, kan dit een teken zijn van innerlijke onbalans van deze aspecten in de afzonderlijke individuen.
Het zorgt voor een sterke 'binding' omdat we de ander dan nodig hebben voor ons eigen evenwicht.

Goed, herkenbaar, maar is er nog hoop?
De ondertitel van het boek luidt immers: overwin verlatingsangst en bindingsangst.

Die is er zeker, gelukkig.
Alleen is het erg belangrijk om je bewust te zijn van de mogelijke oorzaken van je gedrag.
Waardoor is de wond ontstaan?
Hoe zit het 'overlevingsmechanisme' in elkaar?

Hier eerlijk naar kijken, vergt veel moed en kan voor veel verdriet zorgen.
Probeer het verdriet niet weg te drukken maar toe te laten.
Of zoals Hannah zegt: 'waar de pijn niet mag zijn, ontbreekt het leven'.

Als het verdriet van de oude 'kindpijn' is losgelaten, krijgt de wond de kans te veranderen in een litteken.
Waar de wond nog open is, moet de 'overlever' actief blijven om te voorkomen dat er zout inkomt.
De paradox is dat de wond zo open blijft.

Pas als je de veiligheid in jezelf vind om bij je authentieke gevoelens te komen, wordt het veilig je te verbinden met de ander.
Probeer daarom te onderzoeken wat de onderliggende behoefte zou kunnen zijn die ligt onder het verlangen naar de ander.
Je kunt immers elkaars onvervulde behoeftes niet opvullen.

Loskomen van de getraumatiseerde ouder vraagt daarom om het voltooien van het separatieproces dat in de kindertijd is gestagneerd.
Probeer de identificatie met het traumagevoel van de ouder los te laten.
Dit is niet jouw pijn.
Je maakt jezelf te groot als je de illusie hebt de pijn voor een ander op te lossen.
Misschien dacht je dat als kind, maar als volwassene ontdek je dat dit niet zo werkt.

Dus haal in het nu de lading van de emotie van toen.
En probeer er eerlijk naar te kijken.

Het gevaar bestaat namelijk dat, waar we niet om treuren, in wrok verandert.
En we kunnen gaan oordelen, zonder door te hebben dat deze oordelen alles over onszelf 'verklapt'.
We veroordelen bijvoorbeeld het 'egoïsme' in de ander waar we te weinig voor onszelf zorgen.
Of we veroordelen de 'afstandelijkheid' als we onze eigen grenzen niet in acht nemen.

Probeer de tegenpolen in jezelf te integreren.
Zonder kracht kan kwetsbaarheid een valkuil worden.
Zonder zachtheid wordt kracht hard en gevoelloos.

Je hoeft niet meer voor elkaar te 'zorgen' maar kunt er voor elkaar 'zijn'.
In het zorgen kom je al snel tot een ongelijke positie ten opzichte van elkaar.
Als de afstemming op anderen geen noodzaak meer is maar een keuze, kun je met aandacht voor de ander ook nog goed voor jezelf zorgen.

Laat je liefde daarom niet afhangen van de bewegingen van de ander.
Zelfvertrouwen groeit als je het niet uitbesteedt aan de ander, maar jezelf als uitgangspunt neemt in de keuzes die je maakt.
De claim naar de ander valt weg. 

De deur naar het hart van de ander van buitenaf te willen openen, is dan ook gedoemd tot mislukking.
De ander heeft een keuze om zijn hart zelf te willen openen.
Overigens is het niet het hart zelf dat kan breken; het is van nature zacht en open.
De muur eromheen kan breken en dát geeft een kwetsbaar gevoel.

Maar juist in deze kwetsbaarheid zit de kracht, inmiddels bijna het motto van mijn leven.