Snelle scan als we het terrein oplopen. We zien niemand. Maar er staat een tentje voor het huisje van zijn beste vriendje, dus we houden de moed er nog even in.
Ik ruim de boodschappen in en zet thee. De zon breekt door. Zoon blijft binnen zitten met zijn iPad.
Ik pak het prachtige boek dat ik aan het lezen ben ('Portret van een man' van Jens Christian Grøndahl, ik noemde het al eerder) als Zoon's beste vriendje arriveert. Hij blijkt een vriendje bij zich te hebben. Zoon trekt zich meteen weer terug achter zijn beeldscherm.
'Kom, we gaan naar het Zuiderzeemuseum' zeg ik tegen Zoon, en we stappen in de auto.
Ik rij verkeerd. Het net geopende waterpark blijkt niet helemaal te zijn wat we ervan verwacht hadden.
De nieuwe tentoonstelling is nog niet geopend.
'Zullen we maar weer gaan?', vraag ik Zoon.
Stilletjes rijden we terug naar de kust.
'Het komt in golven', app ik Zus. 'Het ene moment gaat het wel ok, en het volgende moment voel ik me zo verdrietig en alleen. Ontneemt het missen me bijna de adem.'
'Laat maar komen', antwoordt Zus.
'Het mooie van golven is namelijk dat ze zich ook weer terugtrekken.'
Ik kon een jaar lang bijna niets meer voelen. De scheiding, het in mijn eentje kopen van een huis, het co-ouderschap, de verhuizing, de reorganisatie op mijn werk, de ziekte van mijn vader, het plotselinge verlies van een dierbare: om het allemaal het hoofd te kunnen bieden, had mijn lichaam als een soort zelfverdedigingsmechanisme mijn gevoel uitgeschakeld.
Ik moest door.
Dat ik niets voelde, wilde niet zeggen dat het er niet was. Het water leek vlak, maar onder de oppervlakte borrelde het.
Nu mag het komen, is het water in beweging gekomen. Dat zie ik als een goed teken.
De vraag is alleen: hoe ga je er mee om? Druk je het opnieuw weg? Ga je de strijd aan? Vlucht je? Verdoof je het? Trek je je terug? Zwem je tegen de stroom in? Ga je weer langs de kant staan?
Of mag het er gewoon zijn?
Ik heb besloten mee te bewegen met de stroom, met de golven.
'Word vrienden met je verdriet', heeft een lieve vriendin me afgelopen jaar verschillende keren voorgehouden.
Ik hoef het niet alleen te doen. Er staan geweldige mensen langs de vloedlijn. Die trekken me omhoog als ik dreig te verdrinken, laten me even op adem komen. Ik hoef mijn hand maar uit te steken. Vrienden, familie, maar ook u.
Met de liefste reacties, die me een zetje in de rug geven. Samen delen is mijn reddingsboei geworden.
Misschien zal ik nooit antwoord krijgen op de vragen die ik heb.
Maar ik heb de moed om los te laten.
Zwemmen moet ieder mens uiteindelijk toch zelf.