Posts tonen met het label Beelden aan Zee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beelden aan Zee. Alle posts tonen

zondag 15 november 2015

prentje en de vergankelijkheid

Als ik me wat down voel - vanwege de gebeurtenissen in de wereld, de maand november, het alleen-zijn of alles bij elkaar - probeer ik het niet meer weg te stoppen, zoals ik vroeger deed.
Ik geef er gewoon aan toe, wetende dat er ook weer andere tijden komen.
Sterker: ik zoek het op, daag het nog meer uit.

En zo was ik deze sombere novemberzondag in mijn eentje op weg naar Scheveningen.
Scheveningen vind ik een heel curieuze plek.
Lelijkheid en schoonheid liggen zo dicht bij elkaar, dat het elkander nog eens versterkt.

In Scheveningen staat een van mijn lievelingsmusea: Beelden aan Zee.
Het zit een beetje verstopt achter de lelijke boulevard, alsof het zich een beetje schaamt voor zijn aanwezigheid daar.
Nu moet ik eerlijk zeggen dat er dappere pogingen worden gedaan om de boulevard een beetje op te knappen, en dit lukt op sommige plekken (zoals vlak voor het museum) best aardig.
Het contrast wordt steeds minder; bijna jammer eigenlijk.
Want juist contrast zorgt vaak voor schoonheid.

Beelden aan Zee is een klein museum in een soort bunker, met een aangename lichtval.
Het is overzichtelijk, verzorgd en het wordt gerund door deftige oudere Haagse dames en heren, die ook het grootste deel van het publiek vormen.
Ik kreeg de tip voor de tentoonstelling Skelet (een tentoonstelling die de tipgever "Tot op het bot" noemde - een betere naam), maar was eigenlijk nog meer geraakt door de tentoonstelling van Iris le Rütte.
Iris is een ongelofelijk veelzijdige kunstenaar, die zowel dicht, beeldhouwt als tekent.

Terwijl ik foto's maakte, sprak een keurige Haagse dame me aan.
Of ik ook de schaduwen fotografeerde?
Die vind ik vaak het mooist, stelde ik haar gerust.
Schaduwen geven diepte en kunnen toveren, waardoor een haas opeens een hond wordt.

Ga vooral ook kijken naar de portretten van Iris en van Arthur Spronken in het kleine filmzaaltje.
Deze zijn zo liefdevol gemaakt, met zo'n fotografisch oog, dat het kunstwerken an sich vormen.

En zo werd ik voor de zoveelste keer getroost door de kunst.
Want wie kan zich nog alleen voelen in de nabijheid van ook zoveel scheppende krachten in de wereld?

maandag 25 mei 2015

prentje en het sprookje van Scheveningen

Aarzelend kijkt Zoon me aan. 'Het lijkt wel alsof ik de stoelen net zag bewegen', fluistert hij.
Ik kijk naar buiten. Er staan een paar ordinaire witte plastic tuinstoelen op het terras.
'Misschien is dat ook wel zo', fluister ik terug. 'Maar er staat toch bijna geen wind?', vraagt hij, wat onzeker.
'Niets is wat het lijkt', antwoord ik. 'Daarom hou ik ook zo van kunst'.

We zijn in museum Beelden aan Zee. In eerste instantie gelokt door de gothic nijn van Hans van Bentem, en vervolgens overtuigd door de Sprookjesbeelden aan zee om naar Scheveningen af te reizen; niet bij voorbaat mijn favoriete badplaats.
Maar zover zijn we nog niet. We beginnen binnen, bij de tentoonstelling 'Vormidable' van Vlaamse kunstenaars.
Nu was ik zaterdag ook al aangenaam verrast door de eigenzinnige bijdrage van België aan het Songfestival, dus ik heb er zin in.
En Zoon ook, zo te zien.
'Je denkt misschien bij beelden aan klassieke standbeelden, maar zoals je ziet kunnen beelden allerlei vormen aannemen', zeg ik. 'Dat maakt het zo gaaf.'
Het is dan dat Zoon de tuinstoelen opmerkt. Bewogen ze nu?
'Kom, we gaan er naartoe', zeg ik. Dat weet je het zeker.'

Wat bedremmeld staan we even later buiten. Zoon heeft gelijk, de stoelen doen een soort dansje.
Ze hebben een motortje onder de zitting die ze laat bewegen.
Opgelucht kijkt Zoon me aan. Verderop staan opvallende telescopen, maar Zoon laat zich niet meer gek maken.
We lopen weer naar binnen. Ik sta stil bij een klassiek beeld.
'Kijk eens goed wat ze in haar hand heeft mama', zegt hij, bijna triomfantelijk. 
Hij heeft het door.
Blij rent hij naar het volgende beeld.
Ik ben ondertussen zelf linksaf geslagen naar een klein filmzaaltje waar de film 'Night Life' van Hans op de Beeck wordt vertoond. 
Bij het eerste beeld ben ik al gegrepen. 
Met subtiele bewegingen vloeien de zwart-witbeelden in elkaar over. Soms beweegt er iets in het beeld zelf - de trambestuurder scharrelt wat rond in zijn cabine, het begint te sneeuwen - en soms verandert het hele landschap door bijvoorbeeld verstedelijking.
Het raakt me.
Het raakt me enorm.
Het is zo prachtig gedaan, bovenstaande foto's zijn slechts een afspiegeling van wat er op het scherm wordt getoverd in verschillende schakeringen zwart-wit.
Op dat moment besef ik dat - naast de mensen om me heen - kunst mijn grote liefde is.

Wat verdwaasd loop ik naar buiten, die andere grote liefde achterna die verstoppertje speelt achter de beelden.
En dan zijn we nog niet eens begonnen aan de geweldige Sprookjesbeelden buiten het museum.
En na deze foto houdt mijn camera er opeens mee op. 
Alsof ie zelf ook overdonderd is door alle schoonheid die hij voor zijn lens heeft gehad.
Ik zie alleen nog maar een hemelswit beeld, waar ik ook op richt.
Misschien heeft hij tijd nodig om bij te komen. Genoeg gezien vandaag. 

Op de een of andere manier past dit ook bij deze sprookjesachtige Pinksterdagen.