zondag 20 mei 2012

prentje en het Lanterfantenfestival

Donkere wolken pakten zich samen toen zij en ik het terrein van het Rijk van de Keizer naderde.
Maar zelfs toen hè,  zag het Lanterfantenfestival er sprookjesachtig uit. Georganiseerd door onder andere Joëlle, dus dan weet je dat het er stijlvol uitziet.
Alles klopte: de aankleding, het eten, de drankjes, de locatie, de muziek, het gezelschap.
En na een half uurtje brak de zon ook nog eens door.

Sommige mensen kunnen alles afdwingen.

prentje en het kabouterhuisje

Het is niet gelukt; om het huisje zwart-wit te houden. Daarvoor hou ik simpelweg te veel van kleur. En toen ik dit kussen zag, van een of ander Scandinavisch merk, was ik om: 
In eerste instantie was ik verder gefietst, maar aan het eind van de middag heb ik het toch opgehaald.

En de uilenkapstok doet het ook goed:
Man is druk bezig de deur te repareren. Het huisje is heel oud, en de houten deur stort in. (De Rice-mat is trouwens ook ernstig verkleurd, net als het vliegengordijn. Maar dat vind ik ook wel weer wat hebben. Het hoeft allemaal niet zo strak).
Man belt met de bouwmarkt of ze kant-en-klare deuren verkopen. Als hij de maten doorgeeft, is het even stil aan de andere kant van de lijn. 
Dan vraagt de verkoopster: 'is het soms een kabouterhuisje?'

Ja, dat is het. Een kabouterhuisje vlakbij zee. 's Avonds lopen we vaak even naar de kust. Ik hou van het pretentieloze kustplaatsje:
Man moet werken op vrijdag, en Zoon en ik maken een lange fietstocht. We stoppen even bij de Berenkuil, rustplaats voor vermoeide wandelaars en fietsers.
Het zijn de ankers van mijn jeugd, en nu zie ik ze door de ogen van Zoon.
Het is ons tweede thuis. 

dinsdag 15 mei 2012

prentje en de spreekbeurt

 ©Sylvia van Ommen

'Waar ga je je spreekbeurt over houden?', vraag ik Zoon.
We lopen het korte stukje van school naar huis.
Zoon heeft net verteld dat hij voor zijn Plusgroep (het bollebozenklasje) zijn eerste spreekbeurt moet houden.

'Over dieren', zegt hij blij.
'Is dat niet een eeuh wat breed onderwerp?', vraag ik voorzichtig.
Ik wil dat hij zijn eigen pad kiest, maar ik wil hem ook begeleiden.
Een glibberig pad, dat waarschijnlijk steeds gladder wordt.

'Nee hoor', zegt hij beslist.
'Kunnen we straks Wikikids bekijken op de computer als we thuis zijn? Ik wil even wat uitprinten.'

Zoon zoekt de pagina's op die over het dierenrijk gaan, ik print ze voor hem uit. Zover gaat mijn bemoeienis, verder wil ik het hem zelf laten uitzoeken qua huiswerk (is mijn goede voornemen).
Ik had alleen nooit gedacht dat dit op zijn zevende al aan de orde zou zijn.

Ik voel een kleine brok in mijn keel terwijl we wachten op de printer.
Onze Zijn eerste huiswerkopdracht.

Wat is hij opeens groot.

(De geweldige illustratie hierboven is dus niet van mij, maar van Sylvia van Ommen. Ik maakte dankzij Merula kennis met haar werk, en ik ben nu fan. Elke dag maakt zij een tekening van bovenstaande vrienden, Os en Jo. Grote aanrader.)

zondag 13 mei 2012

prentje in het huisje

De kussens staan leuk in ons huisje aan de kust. Ik twijfelde eerst even, omdat ze uit dezelfde serie komen als de gordijnen en ik niet zo van de 'bijpassend' ben, maar in een kleine ruimte geeft het ook wel rust.

De zon laat zich voorzichtig zien, nog een beetje schuchter omdat ze zo lang niets van zich heeft laten horen. We eten een broodje op het terras in het dorp.

Zoon pakt zijn spel op met zijn vriendje. Voor een buitenstaander is het onbegrijpelijk, maar dat hoort ook zo.
Man maait het gras. Ik pak de fiets.

Het enige dat ik hoor is het knisperende geluid van mijn fietsband, zich een weg banend over het schelpenpad. En af en toe een vogel. Ik maak mijn hoofd leeg, voor zover dat mogelijk is.

We zijn te lui om boodschappen te doen. En daarom lopen we door de duinen naar onze favoriete strandtent.
Zoon maakt een hart voor mij, alvast voor Moederdag.
We kunnen nog achter glas op het terras eten, maar daarna koelt het snel af. We verheugen ons op de warmte van de kachel van ons huisje, terwijl we teruglopen.

Man zit voor de kachel als ik thee zet. Maar wat hij ook probeert, de kachel gaat niet aan. Ik kijk naar de weersvoorspelling op het Journaal, het wordt vannacht rond het vriespunt. Maar morgen wordt het schitterend weer.
We dubben terwijl het steeds kouder wordt. 'We gaan naar huis', zeg ik resoluut. Zoon begint te snikken. Ook hij vindt het heerlijk in het huisje.
'Kun je morgenochtend aan mama je Moederdagcadeautje geven', fluister ik. Dat ligt namelijk nog thuis. Hij knikt door zijn tranen heen. 'Ik heb het inpakpapier zelf gemaakt', fluistert hij terug.
En laat ik dat nu het mooiste vinden.