Ik zucht. De afgelopen dagen heb ik zo lopen piekeren, dat ik bijna was vergeten dat ik voor de studie Grafische Vormgeving heb ik gekozen omdat het mijn passie is.
Het verkeer zit tegen, maar ik heb besloten me daar niet druk over te maken, tot mijn eigen verbazing.
Vijf minuten te laat loop ik de school binnen. Waar was nou vleugel B?
Ik snap nog helemaal niets van die plattegrond. En weer ga ik in een flits terug in de tijd naar mijn eerste weken op de middelbare school, toen ik ook moeite had om mijn lokaal te vinden. Met dit verschil dat ik geen te laat-briefje hoef op te halen bij de conciërge.
Gelukkig kom ik de directeur tegen, die zo lief is om met me mee te lopen naar de andere vleugel. 'Ik weet een short cut', zegt hij samenzweerderig, en braaf hobbel ik via allerlei binnenweggetjes achter hem aan.
Mijn klas en docent begroeten me vriendelijk, en snel schuif ik aan in de schoolbank. Ik kijk eens om heen in het lokaal, en zie overal kunstwerken. Om de telefoon heeft iemand een oude telefooncel geschilderd. Op de andere wand hangen spreuken in allerlei lettertypen. Ik zit dan ook in de les typografie, maar daar komen we amper aan toe, omdat de docent ons goed wil leren kennen. Ik ontdek steeds meer overeenkomsten met mijn klasgenoten. Eentje blijkt in mijn wijk te wonen, en met de ander heb ik dezelfde basiscursus gemeen.
Na de pauze beginnen we met grafische vormgeving. We krijgen een oefening in oog-handcoördinatie, en alvast het huiswerk voor de volgende keer (met primaire vormen emoties uitbeelden).
Ook hier ontkomen we niet aan een voorstelrondje. Was ik van de week nog op zoek naar de kleine lettertjes in de studievoorwaarden (kan ik hier nog onderuit?); nu merk ik dat ik me steeds meer thuis ga voelen.
In deze groep, met aardige klasgenoten.
In deze creatieve omgeving.
Met deze geïnteresseerde docenten.
Zoals altijd heb ik de boel weer behoorlijk opgeblazen.
Ook mijn medestudenten schrokken van de tijd die ze in de studie moeten steken.
Vonden het heel eng om weer opnieuw naar school te gaan.
Zijn onzeker over hun ontwerpen.
Maar ik denk dat we er elkaar doorheen kunnen helpen.
Ik voel mijn passie voor ontwerp weer aanwakkeren. Zo snel laat het vuurtje zich niet doven.
De volgende dag fotografeer ik mijn andere kofferbakvondsten, in de letterbak van de Hema die die ochtend bezorgd is. Hij is een beetje beschadigd, maar ik probeer me dapper voor te houden dat schoonheid in imperfectie zit.
Ik word zo blij van deze jaren 70-vormgeving. Het zijn de ontwerpen van mijn jeugd. Ik betrap mezelf op de gedachte dat ik eigenlijk nooit ben opgehouden met spelen. Of ben ik weer opnieuw gaan spelen? Ik geniet ervan om de poppetjes goed neer te zetten, decortjes te bouwen. Ik kan simpelweg gelukkig worden van een decorstuk met een seventiesboom, onderdeel van een onbegrijpelijk magnetenspel. Een kofferbakmarktvondst van opnieuw twee euro.
Maar het plezier ervan is voor mij onbetaalbaar.


























