... bezig met het ontwerpen van een kaartje. Druk zoekend naar mijn eigen 'handschrift'.
Binnenkort meer!
Posts tonen met het label caravan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label caravan. Alle posts tonen
woensdag 15 mei 2013
woensdag 12 september 2012
prentje en spijt
Het gebeurt me regelmatig: ik ga naar een willekeurige kofferbakmarkt, zie iets leuks; denk: 'maar ik heb al zoveel spullen', laat het liggen, en krijg vervolgens spijt.
Zo kocht ik laatst deze roze caravan. Ze had ook nog een broertje in een andere kleur, maar ik dacht dus: 'ik heb al zoveel caravannetjes', en liet daarom de broer liggen. Toen ik thuiskwam, bleek ik ook al een nichtje in het geel te hebben. Heb ik zomaar de kans van een familiereünie op een natuurkamping laten liggen. Voor twintig cent hè, de caravannetjes waren twintig cent.
En afgelopen weekend gebeurde me iets soortgelijks. Ik zag een kinderboek, dacht: 'maar ik heb al zoveel boeken', en kocht 'm daarom niet. Halverwege ging ik toch maar even terug, maar de verkoper was al vertrokken. Toen ik het boek later op internet opzocht, bleek het om een uniek exemplaar te gaan. Nou vond ik ook een ander boek van dezelfde illustrator op de markt, maar daar kan ik dan opeens minder van genieten. Obsessief denk ik alleen maar aan dat Ene Boek, net als ik nu naar de roze caravan kijk, ik vooral denk aan Die Andere die ik niet heb meegenomen.
Ik heb altijd meer spijt van de dingen die ik niet doe, dan de dingen die ik wel doe.
Hmm, zou daar de oplossing voor het studiedilemma liggen?
Dank overigens voor alle lieve, fantastische adviezen. Ik waardeer het enorm dat jullie zo met me meedenken.
En heb nog steeds geen beslissing genomen.
Zo kocht ik laatst deze roze caravan. Ze had ook nog een broertje in een andere kleur, maar ik dacht dus: 'ik heb al zoveel caravannetjes', en liet daarom de broer liggen. Toen ik thuiskwam, bleek ik ook al een nichtje in het geel te hebben. Heb ik zomaar de kans van een familiereünie op een natuurkamping laten liggen. Voor twintig cent hè, de caravannetjes waren twintig cent.
En afgelopen weekend gebeurde me iets soortgelijks. Ik zag een kinderboek, dacht: 'maar ik heb al zoveel boeken', en kocht 'm daarom niet. Halverwege ging ik toch maar even terug, maar de verkoper was al vertrokken. Toen ik het boek later op internet opzocht, bleek het om een uniek exemplaar te gaan. Nou vond ik ook een ander boek van dezelfde illustrator op de markt, maar daar kan ik dan opeens minder van genieten. Obsessief denk ik alleen maar aan dat Ene Boek, net als ik nu naar de roze caravan kijk, ik vooral denk aan Die Andere die ik niet heb meegenomen.
Ik heb altijd meer spijt van de dingen die ik niet doe, dan de dingen die ik wel doe.
Hmm, zou daar de oplossing voor het studiedilemma liggen?
Dank overigens voor alle lieve, fantastische adviezen. Ik waardeer het enorm dat jullie zo met me meedenken.
En heb nog steeds geen beslissing genomen.
maandag 22 augustus 2011
prentje en de verzamelingen
Rommelmarktcursus, les 1. Als u iets ziet, wat u bevalt, koop het dan. Vaak zijn het de kosten niet, en als u het niet koopt, kunt u er erg spijt van krijgen.
Trouwe bloglezers weten hoe gek ik ben op rommelmarkten. Nou was ik een paar weken geleden op een kofferbakmarkt bij ons vakantiehuisje en daar zag ik een klein caravannetje. Nu ben ik gek op caravans, maar dan niet van die lelijke witte reuzen. Nee, ik hou van kleine, retro-achtige huisjes. En dan zonder voortent. Ik hou van het idee dat je je huisje met je meesleept. Het idee van compact wonen spreekt me aan, ik hou ook niet van grote huizen.
Maar goed, ik dwaal af. Ik zag die caravan, maar ik was niet in een koop-mood. Dat gebeurt soms, niet vaakhelaas, maar om een lang verhaal kort te maken: ik kocht 'm niet. Toen we wegreden, had ik al een vaag gevoel van spijt. En in de dagen die erop volgde, zag ik flitsen in mijn hoofd wat ik met het caravannetje kon doen. Als beginnend ontwerper dan hè, ik zag ook wel dat ik er niet mee op vakantie kon. Ik zag oude kaarten, ik zag Hipstamatic, ik zag van alles.
De week erop gingen we naar huis. In de week die volgde was ik inmiddels redelijk geobsedeerd. Ik moest en zou die caravan. Het ging zelfs zo ver, dat ik vanuit mijn 'gewone' huis naar de kofferbakmarkt ben gereden om daar onthaald te worden door een treurig bordje 'kofferbakmarkt gaat niet door wegens drassige grond'. Aargh. Ik dacht dat ik deze zomer genoeg geplaagd was door de regen.
Dit weekend gingen we weer naar ons huisje. En was ik om kwart voor 9 op de betreffende markt. En hij was er niet! De man met de oude autootjes stond er niet. Treurig reed ik terug naar mijn huisje.
Nu wordt er op zaterdag nog een kofferbakmarkt gehouden op een andere plek, dus ik had nog een klein kansje. Maar ook hier stond hij niet. Wel fantastische andere schatten (teveel om in 1 blog te noemen, wordt van de week vervolgd). En andere caravannetjes, die ik van schrik allemaal kocht. Dit zou me niet nog een keer gebeuren.
En toen opeens zag ik 'm. Het bewuste caravannetje (de onderste op de foto), maar bij heel andere mensen. Ik wist niet hoe snel ik 'm moest pakken. Ik had 'm! En nog voor de helft die de eerste meneer er voor vroeg.
Ik keek nog even bewonderend naar poppenhuismeubeltjes uit de jaren '60. Het deed me aan Mad Men denken, een van mijn favoriete series. Zou ik? Zoon trok aan mijn arm en begon te jengelen.
'Maar jij hebt toch net een mooie caravan gekregen', zei de mevrouw achter het kleedje tegen Zoon.
'Die is voor mij', antwoordde ik stralend.
Verbijsterd keek ze me aan.
Trouwe bloglezers weten hoe gek ik ben op rommelmarkten. Nou was ik een paar weken geleden op een kofferbakmarkt bij ons vakantiehuisje en daar zag ik een klein caravannetje. Nu ben ik gek op caravans, maar dan niet van die lelijke witte reuzen. Nee, ik hou van kleine, retro-achtige huisjes. En dan zonder voortent. Ik hou van het idee dat je je huisje met je meesleept. Het idee van compact wonen spreekt me aan, ik hou ook niet van grote huizen.
Maar goed, ik dwaal af. Ik zag die caravan, maar ik was niet in een koop-mood. Dat gebeurt soms, niet vaak
De week erop gingen we naar huis. In de week die volgde was ik inmiddels redelijk geobsedeerd. Ik moest en zou die caravan. Het ging zelfs zo ver, dat ik vanuit mijn 'gewone' huis naar de kofferbakmarkt ben gereden om daar onthaald te worden door een treurig bordje 'kofferbakmarkt gaat niet door wegens drassige grond'. Aargh. Ik dacht dat ik deze zomer genoeg geplaagd was door de regen.
Dit weekend gingen we weer naar ons huisje. En was ik om kwart voor 9 op de betreffende markt. En hij was er niet! De man met de oude autootjes stond er niet. Treurig reed ik terug naar mijn huisje.
Nu wordt er op zaterdag nog een kofferbakmarkt gehouden op een andere plek, dus ik had nog een klein kansje. Maar ook hier stond hij niet. Wel fantastische andere schatten (teveel om in 1 blog te noemen, wordt van de week vervolgd). En andere caravannetjes, die ik van schrik allemaal kocht. Dit zou me niet nog een keer gebeuren.
En toen opeens zag ik 'm. Het bewuste caravannetje (de onderste op de foto), maar bij heel andere mensen. Ik wist niet hoe snel ik 'm moest pakken. Ik had 'm! En nog voor de helft die de eerste meneer er voor vroeg.
Ik keek nog even bewonderend naar poppenhuismeubeltjes uit de jaren '60. Het deed me aan Mad Men denken, een van mijn favoriete series. Zou ik? Zoon trok aan mijn arm en begon te jengelen.
'Maar jij hebt toch net een mooie caravan gekregen', zei de mevrouw achter het kleedje tegen Zoon.
'Die is voor mij', antwoordde ik stralend.
Verbijsterd keek ze me aan.
zaterdag 3 april 2010
prentje en het vakantiehuisje
1 april is voor veel mensen een belangrijke datum. Niet alleen voor grappenmakers, zoals Zoon die, voordat het 08.00 uur is al vijftien grappen heeft gemaakt van het kaliber 'er zit in spin op je hoofd'.
Maar ook voor iedereen die een vakantiehuisje of iets dergelijks heeft. Dat is namelijk het begin van het seizoen.
Ons huisje stond nog vol met spullen van mijn moeder die, zoals eerder opgemerkt, nogal een andere smaak heeft. De boel moest dus leeggetrokken worden, maar door wie? Ik belde met een kringloopwinkel daar in de buurt. Bij het woord caravan haakte de beste man af. 'Nou', probeerde ik, 'het is niet echt een caravan met vaste meubels, de spullen staan er los in. Je moet meer aan Ikea-meubelen denken.' Dat was blijkbaar een toverwoord, want toen wilde hij wel langskomen. Wij moesten er dus als een speer naar toe.
Op het afgesproken tijdstip kwam er een grote vrachtwagen, met twee sjouwers. 'Tja', zei een van de sjouwers, 'ik weet niet of mijn collega het al verteld heeft, maar we nemen alleen dingen mee waarvan we denken dat ze nog verkoopbaar zijn. Mijn collega had het over Ikea-meubels?' We zagen de bui al hangen. Dat we er nog iets voor zouden krijgen, was al niet meer im Frage. We mochten onze handen dicht knijpen als hij het spul al mee zou nemen. Bedenkelijk keek hij naar de verzameling nepbloemen in vaasjes, de nephaard en de slaapbank. 'Die bank is kapot, die nemen we niet mee', sprak hij resoluut. 'Nee hoor, zei Man vlug, 'Die is nog prima.' En dat was ook zo, dus die ging de vrachtwagen in. Volgende sta-in-de-weg: een grote servieskast met gouden knopen. 'Je hebt oud en leuk-oud, en dit valt onder de categorie oud en onverkoopbaar', sprak hij streng. Ook de oude stoel ging daarom niet mee. Maar wel het serviesgoed, wat zo gedateerd is, dat het weer hip is. Denk porseleinen kopjes met herderinnetjes en gouden randjes. En jaren zeventig borden met oranje en bruine cirkels. Het was nog even in me opgekomen om het zelf te gaan verkopen, op koninginnedag ofzo, maar daar had ik even de puf niet voor. Het ding moest leeg, en wel zo snel mogelijk. En dan zag ik dit maar alvast als bijdrage aan de maatschappij.
Toen ik met het zoveelste nepboeket aan kwam zetten, moesten ze vlug weg.
Vervolgens keken we rond in een bijna leeg huisje. Op de plek waar de blauwe slaapbank had gestaan, zagen we een bruine lekkageplek. Ook de vloer was daar zo zacht dat we er niet te lang op moesten staan. Zwijgend keken Man en ik elkaar aan. 'Het wordt een paleisje, echt', probeerde ik de moed er in te houden.
Meer tegen mezelf eigenlijk.
Maar ook voor iedereen die een vakantiehuisje of iets dergelijks heeft. Dat is namelijk het begin van het seizoen.
Ons huisje stond nog vol met spullen van mijn moeder die, zoals eerder opgemerkt, nogal een andere smaak heeft. De boel moest dus leeggetrokken worden, maar door wie? Ik belde met een kringloopwinkel daar in de buurt. Bij het woord caravan haakte de beste man af. 'Nou', probeerde ik, 'het is niet echt een caravan met vaste meubels, de spullen staan er los in. Je moet meer aan Ikea-meubelen denken.' Dat was blijkbaar een toverwoord, want toen wilde hij wel langskomen. Wij moesten er dus als een speer naar toe.
Op het afgesproken tijdstip kwam er een grote vrachtwagen, met twee sjouwers. 'Tja', zei een van de sjouwers, 'ik weet niet of mijn collega het al verteld heeft, maar we nemen alleen dingen mee waarvan we denken dat ze nog verkoopbaar zijn. Mijn collega had het over Ikea-meubels?' We zagen de bui al hangen. Dat we er nog iets voor zouden krijgen, was al niet meer im Frage. We mochten onze handen dicht knijpen als hij het spul al mee zou nemen. Bedenkelijk keek hij naar de verzameling nepbloemen in vaasjes, de nephaard en de slaapbank. 'Die bank is kapot, die nemen we niet mee', sprak hij resoluut. 'Nee hoor, zei Man vlug, 'Die is nog prima.' En dat was ook zo, dus die ging de vrachtwagen in. Volgende sta-in-de-weg: een grote servieskast met gouden knopen. 'Je hebt oud en leuk-oud, en dit valt onder de categorie oud en onverkoopbaar', sprak hij streng. Ook de oude stoel ging daarom niet mee. Maar wel het serviesgoed, wat zo gedateerd is, dat het weer hip is. Denk porseleinen kopjes met herderinnetjes en gouden randjes. En jaren zeventig borden met oranje en bruine cirkels. Het was nog even in me opgekomen om het zelf te gaan verkopen, op koninginnedag ofzo, maar daar had ik even de puf niet voor. Het ding moest leeg, en wel zo snel mogelijk. En dan zag ik dit maar alvast als bijdrage aan de maatschappij.
Toen ik met het zoveelste nepboeket aan kwam zetten, moesten ze vlug weg.
Vervolgens keken we rond in een bijna leeg huisje. Op de plek waar de blauwe slaapbank had gestaan, zagen we een bruine lekkageplek. Ook de vloer was daar zo zacht dat we er niet te lang op moesten staan. Zwijgend keken Man en ik elkaar aan. 'Het wordt een paleisje, echt', probeerde ik de moed er in te houden.
Meer tegen mezelf eigenlijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)



