woensdag 5 juni 2013

prentje buiten

'Zullen we morgen naar de natuurspeeltuin gaan waar me met jouw partijtje ook zijn geweest?', vroeg ik Zoon. 
De zon ging eindelijk schijnen, en als dat dan een keer gebeurt, wil ik er graag maximaal van profiteren.
Zoon stond te juichen. En niet alleen hij, maar ook een heleboel vriendjes om hem heen.

En zo belanden we vandaag in het kleine paradijsje in het bos. Met vijf kinderen, vier ouders en een hond. De ouders liggen loom op een kleedje, en de kinderen rennen rond, bouwen vlotten, vinden een watervalletje - 'dit is de heilige bron. De bron van alles' - en het is niet duidelijk wie nu het meest geniet.
Vergeten zijn de iPads, de Nickelodeonseries.
Als ze dan ook nog een kikker vinden, is het geluk compleet.

Klein geluk. Midden in het bos.

zondag 2 juni 2013

prentje en het weekendje alleen

Omdat ik een aantal zaken rustig op een rijtje wilde zetten, ging ik dit weekend in mijn eentje naar het kabouterhuis aan zee.
Ik hoefde alleen maar voor mezelf te zorgen.

Als ik aankom, trekt net de lucht helemaal dicht. Dat voorspelt niet veel goeds.
Ik pak rustig mijn spullen uit (dat is een van de voordelen van een eigen plekje, je hoeft niet zoveel mee te nemen) en stap op de fiets om boodschappen te doen in het dorp.
Ik laad m'n mandje vol met lekkere hapjes en een flesje wijn.
Koken ga ik toch niet doen dit weekend.
's Avonds heb ik goed gezelschap van Frieda Klein, de hoofdpersoon van de nieuwe Nicci French; cadeautje van Zus.

De volgende ochtend trek ik mijn hardloopkleren aan. Ietwat overmoedig besluit ik het pad te verlaten, om na een half uur te concluderen dat ik echt verdwaald ben. Het gebied waar ik al jaren doorheen fiets, ziet er opeens als loper heel anders uit.
Even voel ik me heel alleen.
Het duurt voor mijn gevoel een hele poos voor ik het pad weer heb gevonden.
Verkleumd sta ik even later onder de buitendouche, om me daarna weer terug te trekken in mijn eigen huisje met mijn dikke boek.

In de avond trekt de lucht eindelijk wat open, en fiets ik naar mijn favoriete strandtent voor een kop thee op het terras. Ik trek een Elle Wonen uit het rek binnen en installeer me op de enige lounchebank die het terras rijk is. Terwijl ik mijn bestelling doorgeef, realiseer ik me dat ik de hele dag niemand heb gesproken. Wat klinkt mijn stem opeens raar. Vermanend spreek ik mezelf toe.

Zondagochtend, de dag verwelkomt me met een stralende zon. Ik zet een pot sterke koffie en ga met mijn beker op het houten bankje voor het huisje zitten. Vandaag ga ik er op uit; het is koffermarktdag.

Ik fiets langs een limonadekraampje met twee blonde jongetjes erachter. 'Limonade mevrouw?', roept er een opgewekt naar me. 'Misschien op de terugweg', roep ik terug.
Mijn stem klinkt weer normaal. Ik bel Zoon. Enthousiast vertelt hij over de bioscoop, en dat hij het broeikaseffect heeft gekregen bij McDonalds. Als ik begin te lachen, vraagt hij verontwaardigd of ik soms niet weet wat het broeikaseffect is. 'Ik wist alleen niet dat dat tegenwoordig bij je Happy Meal zit', mompel ik terug.

Op de kofferbakmarkt zie ik twee houten muzikantjes, maar ik mag ze niet kopen van mezelf. Heb ik onlangs niet geconcludeerd dat ik teveel spullen had? Ik verlaat de markt en fiets door naar Bergen, het mondaine kustplaatsje verderop. In Bergen denk ik nog steeds aan de muzikanten; het is net of ze een liedje spelen in mijn hoofd. Met een omweg fiets ik terug. Ik weet nog precies waar de mevrouw staat. 'Voor twee euro mag je alle houten figuurtjes mee nemen'. Ik kijk naar het dienblad vol poppetjes. Crap. Daar gaan mijn minimalistische inrichtingsplannen.

En zo glijdt het weekend voorbij. Ik maak een lange strandwandeling, warm wat eten op en sluit dan mijn huisje af.

Terwijl de zon nog schijnt, rijd ik terug.

Ik kan best voor mezelf zorgen.

Een weekend.

vrijdag 31 mei 2013

prentje en de foto's

Ik heb net bij de Hema mijn nieuwe fototoestel opgehaald.
Voor het eerst van mijn leven heb ik een instant camera.
Of eigenlijk vind ik fototoestel beter bij hem passen dan camera.
Het lijkt ook echt of hij een oog heeft, vindt u niet?
Die je zo een beetje lodderig aankijkt.

Hij heeft vier standen.
Eentje voor foto's binnen, en drie voor buiten, variërend van bewolkt naar heel zonnig.
Ik heb er ook een doosje bij met instant films; bij elkaar twintig raampjes.

Dat betekent dat ik heel zorgvuldig foto's moet gaan maken.
En dat is precies wat ik wil.
Mijn computer loopt namelijk vast omdat er 17 duizend foto's op staan.
Ik blijf maar schieten, want het maakt toch niets uit.
En dat wil ik niet meer.
Ik wil weer heel goed gaan kijken, overwegen of iets een foto waard is, en er dan 1 maken, die - o, zo magisch - meteen uit het toestel komt.
In een raampje, zodat ik er onder nog iets kan schrijven.
Zoon's negende verjaardag bijvoorbeeld, of Zomervakantie 2013.
Een gebeurtenis echt koesteren, en niet meemaken terwijl ik door de lens van mijn spiegelreflex kijk.

En die foto's ga ik weer ouderwets inplakken.
En af en toe pak ik dan dat album, en blader het voorzichtig door.

Om weer even terug te denken aan die momenten die het waard zijn om herinnerd te worden. 

maandag 27 mei 2013

prentje in de Efteling

Omdat we donateur zijn van het Wereldnatuurfonds, mochten we met fikse korting naar de Efteling voor de Grote Donateurs Dag.
Dat was een voordeel.
Het nadeel was dat deze gisteren plaatsvond, terwijl de ijspegels nog nét niet aan de neus van Langnek hingen.

Nog een voordeel: omdat niemand vrijwillig naar de Efteling gaat als je rondjes kan schaatsen op de vijver voor de Vliegende Fakir (tenzij het de Winter Efteling betreft, maar hé, dan kies je ervoor en kun je na afloop erwtensoep bestellen om weer warm te worden) hoef je bijna nergens in de rij te staan.

Goed, wij dus op weg naar de Efteling. In de auto op weg ernaar toe zette Zoon al meteen de toon. De aanleiding weet ik niet meer, maar opeens kregen we het over Engelse les op de kleuterschool. 'Ik denk dat het een goed idee is', klonk het vanaf de achterbank, 'want kleuters hebben een heel leeg brein. Dus die kunnen dat makkelijk in zich opnemen'.

Ik was daar nog over aan het nadenken terwijl we stonden te wachten op André Kuipers, die namens het Wereldnatuurfonds ons welkom heette. Zijn toespraak ontging me daarom een beetje.

Wat kun je toch veel leren op zo'n dag in de Efteling.

Bijvoorbeeld dat het geen zin heeft om 246 foto's met mijn grote camera te nemen, omdat ik uiteindelijk toch kies voor 4 snapshots die ik met mijn mobiel heb genomen.
Dat ik sommige moeders in het Spookslot enger vind dan de figuren die daar thuis horen (maar dat de Danse Macabre prachtig blijft).
Dat het niet uitmaakt waar je gaat zitten in de Piraña, omdat je er toch zeiknat uitkomt.
Dat ik het meest van het Sprookjesbos houd.

En als je dan in datzelfde bos ook nog een eekhoorntje ziet lopen, weet je dat sprookjes inderdaad bestaan.

Je moet er alleen in geloven.

zaterdag 25 mei 2013

prentje en de oefeningen

Ooit zag ik op school een illustratie van een onderzeeër. Ik hou van de vorm van onderzeeërs, ik kan niet zo goed uitleggen waarom. 
Ik gebruikte deze basisvorm om te oefenen met Illustrator en Photoshop; hoe maak ik het mooi 'oud' en blijft het daarnaast 'strak' maar toch ook niet helemaal perfect? Enfin, u begrijpt inmiddels wat ik bedoel.

Tja, en als het toch blijft regenen...

vrijdag 24 mei 2013

prentje en de ode aan imperfectie

Mijn eerste studiejaar van mijn opleiding Grafische Vormgeving loopt ten einde.
Gisteren had ik de laatste les fotografie van dit jaar.
'Wat is een goede foto?', vroeg mijn docent nog maar eens een keer.
'Als het schuurt', antwoordde ik, zonder er eigenlijk over na te denken.
'Maar een foto die esthetisch heel mooi is, is toch ook goed?', vroeg een van mijn klasgenoten.
'Die is saai', flapte ik er uit. (Misschien moet ik wat meer mijn mond houden in de les).

Het onderwerp loopt eigenlijk als een rode draad door mijn leven.
Ik realiseerde me weer eens ten volle dat het zinloos is perfectie na te streven.
Schoonheid zit niet in perfectie, maar in imperfectie.
Mensen met een vlekje, een verhaal, een kwetsbaarheid, zijn in mijn ogen veel interessanter om naar te luisteren en te kijken dan mensen die alleen maar aan de buitenwereld het perfecte plaatje laten zien.
'Hoe gaat het?' 'Goed, en met jou?' 'Ook goed'. Einde gesprek.
Hoe veel waardevoller is het om eens toe te geven dat het allemaal niet zo lekker loopt? En dat er dan een echt gesprek ontspint, waarin we open kunnen zijn over onze strubbelingen en elkaar kunnen steunen?
Maken we elkaar allemaal niet een beetje gek met onze foto's op Facebook van geslaagde feestjes, onze blogs vol perfecte huizen en kinderen? En ja, ik weet het, ik doe daar zelf ook aan mee. Ik presenteer mijn leven online ook net iets mooier dan de werkelijkheid.
Maar nogmaals, is het niet veel boeiender om de maskers een klein beetje te laten zakken en elkaar recht in de ogen te kijken? En samen te lachen om de struggle die het leven soms is?
De schoonheid te zien in de dingen die anders gaan dan je had gepland?

Als kind had ik een foto uit de krant geknipt van een echtpaar die ergens in een hoekje de geplande compositie ongelofelijk staan te verpesten met hun komische koppies. De foto heb ik jarenlang bewaard, om me er aan te herinneren dat de foto juist waardevol is geworden door dat onverwachte moment.
Toen ik zelf net door mijn eigen foto's bladerde, kwam ik bovenstaande foto tegen.
Ik had met mijn telefoon foto's gemaakt op het strand - blij kindje in de bolderkar - en opeens zit deze meneer ertussen, waarvan ik geen idee heb wie het is. Misschien heeft er iets op de telefoon gelegen, of heeft Zoon op het knopje gedrukt; ik zou het niet weten.

En elke keer als ik de foto zie, moet ik weer even glimlachen.
En leert het me om de imperfectie te koesteren.

maandag 20 mei 2013

prentje en het Pinksterweekend

Zoon en ik vertrokken samen naar de kust om het Pinksterweekend in ons kabouterhuis door te brengen. 
Hoe dichter we bij zee kwamen, hoe bewolkter het werd.  
Maar op de een of andere manier vond ik dat niet zo erg.

Gelukkig hadden de vriendjes van Zoon zich ook niet laten afschrikken door het weer.
Met als gevolg dat Zoon niet meer van het terrein was af te slaan.
Ik fietste daarom alleen naar het dorpje verderop.
Langs de houten huizen aan de duinenrand.
Voorbij het kraampje waar je zelf geld in een kluisje mag stoppen als je een bosje bloemen meeneemt.
Ik slenterde over de kofferbakmarkt, maar vond niets dat me kon bekoren.
In de dorpssupermarkt verzamelde ik de ingrediënten voor Zoon's favoriete weekendmaaltje; pannenkoeken met aardbeien.
Met mijn fietstassen vol boodschappen reed ik terug over het schelpenpad.    

Ik kreeg de jongens zover om mee te gaan maar het strand.
Ze bouwden een fort en ik keek naar de zee.
Altijd dezelfde zee, en toch elke keer weer anders.

Onze strandtent was ondanks het weer redelijk vol.
Ik bestelde warme chocolademelk met slagroom.
Had ik dat ooit eerder besteld in mei?

Zoon ontdekte een automaat vol kauwgomballen en echte gouden ringen.
Stond die er altijd al?
Ik gaf Zoon een euro die hij inwisselde voor twee muntjes van 50 cent.
Hij trok een ring uit de automaat en liet hem ons zien.
Voor zijn Verloofde, sprak hij trots, zijn ogen glanzend van voorpret.
En nu een voor jou, mama.
Het apparaat maakte hetzelfde geluid als ik me nog kon herinneren toen ik acht jaar was.
Sommige geluiden vergeet je nooit.
Ik schoof de ring om mijn vinger.

We liepen langzaam terug, het begon steeds harder te waaien.
Ik zette de kachel wat hoger in het huisje en pakte mijn boek.

Het leven in het huisje aan zee kent een eigen ritme.
Alles is hetzelfde.

En toch is alles anders.