Als je op ons station in de trein stapt en je tot het eindpunt blijft zitten, rol je zo het Kinderboekenmuseum in Den Haag binnen. Het museum opende vorig jaar december opnieuw haar deuren na een flinke verbouwing. We waren benieuwd.
Het museum staat voor het grootste gedeelte in het teken van de interactieve tentoonstelling Papiria. Deze bevindt zich nog in de testfase, stond er te lezen op de website, dus het was mogelijk dat bepaalde onderdelen nog niet optimaal werkten. Dat klopte. Maar mijn grootste bezwaar is dat het allemaal veel te ingewikkeld is gemaakt. Toegeven, de tentoonstelling is vanaf zeven jaar, maar ook diverse ouders zag ik hulpeloos kijken met de 'Slurper' in de hand. 'De Slurper?', hoor ik u nu denken. De Slurper is een apparaat dat je voor een scanner moet houden om diverse onderdelen te activeren. En dan volgt er een ingewikkeld verhaal over de Inktvraat die verslagen moet worden. Zoon gebruikte de Slurper vooral als kroon, of als wapen om zijn vader te verslaan. En dat juich ik toe, want het mooie van kinderboeken is dat ze de fantasie stimuleren.
Natuurlijk is het leuk als een museum iets toe kan voegen, door bijvoorbeeld bepaalde onderdelen van een verhaal levensgroot uit te beelden. Een goed voorbeeld hiervan was de tentoonstelling Pluk van de Petteflet vorig jaar in Madurodam. Kinderen konden zich lekker uitleven in de nagebouwde huiskamer van de Stampertjes, met een vloer vol matrassen. Of zogenaamd heen en weer varen met de Heen- en weerwolf.
Of neem de Gouden Boekjes Beestenboeltentoonstelling in Baarn (nog tot en met eind februari). De slaapkamer van Feda uit 'Als Feda slaapt' is tot in detail nagemaakt, tot de knuffels aan toe.
Dat geeft net dat beetje extra in plaats van ingewikkelde toestanden als Inkvraten en Slurpers.
Kinderboeken hebben dat helemaal niet nodig.
zondag 20 februari 2011
zaterdag 19 februari 2011
prentje en zieke Zoon
'Mag mag ik al naar bed?' Ik kijk op mijn horloge. Kwart over 6, dinsdagavond. Als Zoon uit zichzelf naar bed wil, is er iets mis. En dat klopt ook. Zoon is ziek. De volgende dag geeft de thermometer 39,5 aan.
Ik bel zijn school. Donderdag en vrijdag zijn studiedagen voor de leerkrachten (hallo, daar gaan we weer) dus hij mist alleen woensdagochtend. Vanwege de studiedagen had ik ik ook vrij genomen, dus ik hoef niets te regelen. Ik had alleen gehoopt dat we samen iets leuks konden doen deze dagen, want in de voorjaarsvakantie werk ik door. Verwachtingen bijstellen dus.
Zoon slaapt de hele dag. Van de weeromstuit ga ik maar schoonmaken. Waarom geeft me dat toch zo weinig voldoening? Niemand die het ziet dat ik de bovenkant van de kastjes heb schoongemaakt. Aah, waarschijnlijk geeft het daarom geen voldoening. Wat word ik toch altijd chagrijnig als ik een paar dagen gedwongen thuis moet doorbrengen. Het vreemde is dat ik denk dat de hele wereld doordraait, en ik niet meedraai. Ik voel me net een plantje dat te weinig water krijgt. Ik moet gevoed worden met mooie beelden, inspiratie opdoen door leuke ervaringen. Ik put troost uit het feit dat ik in maart mag starten met een cursus Grafische vormgeving.
Gelukkig gaat het met Zoon elke dag een beetje beter. En vandaag (hoera!) kunnen we weer de stad in. We gaan naar de tuinkabouterfilm, kopen een gieter en sneeuwklokjes en proberen zo de lente af te dwingen.
We zijn weer terug.
Ik bel zijn school. Donderdag en vrijdag zijn studiedagen voor de leerkrachten (hallo, daar gaan we weer) dus hij mist alleen woensdagochtend. Vanwege de studiedagen had ik ik ook vrij genomen, dus ik hoef niets te regelen. Ik had alleen gehoopt dat we samen iets leuks konden doen deze dagen, want in de voorjaarsvakantie werk ik door. Verwachtingen bijstellen dus.
Zoon slaapt de hele dag. Van de weeromstuit ga ik maar schoonmaken. Waarom geeft me dat toch zo weinig voldoening? Niemand die het ziet dat ik de bovenkant van de kastjes heb schoongemaakt. Aah, waarschijnlijk geeft het daarom geen voldoening. Wat word ik toch altijd chagrijnig als ik een paar dagen gedwongen thuis moet doorbrengen. Het vreemde is dat ik denk dat de hele wereld doordraait, en ik niet meedraai. Ik voel me net een plantje dat te weinig water krijgt. Ik moet gevoed worden met mooie beelden, inspiratie opdoen door leuke ervaringen. Ik put troost uit het feit dat ik in maart mag starten met een cursus Grafische vormgeving.
Gelukkig gaat het met Zoon elke dag een beetje beter. En vandaag (hoera!) kunnen we weer de stad in. We gaan naar de tuinkabouterfilm, kopen een gieter en sneeuwklokjes en proberen zo de lente af te dwingen.
We zijn weer terug.
maandag 14 februari 2011
prentje en Valentijnsdag
'Wat doen wij met Valentijnsdag?', vraagt Zoon zaterdagochtend belangstellend. 'Nou eh, niets eigenlijk', zeg ik, toch een beetje overvallen. 'Ik wilde eigenlijk een feest houden', gaat Zoon onverstoorbaar door. 'En we moeten nog uitnodigingen maken.' 'Laten we papa uitnodigen', zeg ik een beetje laf. Geringschattend kijkt Zoon me aan. 'Papa? Maar die hoort toch bij ons? Die hoeft toch geen uit-no-dig-ing!'
'Dan gaan we maar cadeautjes maken', zegt Zoon, die zijn Grote Valentijnsfeest al in het water ziet vallen door de lauwe reactie van zijn moeder. 'Wil je even de knutseldoos naar beneden halen?'
Even later zitten we samen te knutselen. Nou ja, samen. Zoon zit vooral ridder te spelen met een lege rol inpakpapier en ik zit te zweten op een vogelslinger. 'Hij moet wel voor maandag af', laat Zoon nog even fijntjes weten.
Nou ja, dat is gelukt, zoals u ziet. Man is er on-ge-lo-fe-lijk blij mee, dat begrijpt u. Een vogelslinger, dat had hij altijd al willen hebben. Van schrik heb ik er ook nog een doos hartjesbonbons bij gedaan. Toen kon Man niet meer achterblijven en kwam hij thuis met een rode roos. En een doos chocolaatjes.
Bah, commercieel gedoe (maar stiekem ook wel een beetje leuk).
'Dan gaan we maar cadeautjes maken', zegt Zoon, die zijn Grote Valentijnsfeest al in het water ziet vallen door de lauwe reactie van zijn moeder. 'Wil je even de knutseldoos naar beneden halen?'
Even later zitten we samen te knutselen. Nou ja, samen. Zoon zit vooral ridder te spelen met een lege rol inpakpapier en ik zit te zweten op een vogelslinger. 'Hij moet wel voor maandag af', laat Zoon nog even fijntjes weten.
Nou ja, dat is gelukt, zoals u ziet. Man is er on-ge-lo-fe-lijk blij mee, dat begrijpt u. Een vogelslinger, dat had hij altijd al willen hebben. Van schrik heb ik er ook nog een doos hartjesbonbons bij gedaan. Toen kon Man niet meer achterblijven en kwam hij thuis met een rode roos. En een doos chocolaatjes.
Bah, commercieel gedoe (maar stiekem ook wel een beetje leuk).
zondag 13 februari 2011
prentje en de reünie
'Hoe zie ik eruit?', vraag ik aan Man en Zoon. 'Mooi hoor', zegt Man automatisch. 'Je ziet er eigenlijk uit zoals je er altijd uit ziet', zegt Zoon peinzend. Fijn, zo'n mannengezin. Heb ik me net extra op zitten tutten omdat ik een reünie heb van mijn oude zesde klas van de lagere school, is niemand onder de indruk.
Toch een beetje zenuwachtig rij ik naar Amstelveen. Hoe zou het zijn om iedereen weer te zien na 26 jaar? De meester komt ook, heb ik gehoord. Voor mijn gevoel is die inmiddels 114. Maar dat blijkt mee te vallen. Sterker nog, hij was in die tijd jonger dan wij nu zijn. Maar als je 12 bent, is iedereen boven de 30 Heel Oud.
En wat is het leuk om iedereen opnieuw te ontmoeten. De organisatoren hebben er heel wat speurwerk opzitten. Op 1 na is iedereen getraceerd. En op 3 na is ook iedereen aanwezig. Volgens mij een hele hoge 'score' voor een reünie.
We maken de oude schoolfoto na, alleen kunnen we niet meer bij het standbeeld. De bosjes zijn nu aardig dichtgegroeid. Ook de school zelf is erg veranderd. 'Weet je nog...', hoor je steeds in de gangen, en dan komt er weer een anekdote. Inmiddels gaan onze kinderen zelf ook naar de basisschool, en we komen tot de conclusie dat het er nu heel anders aan toegaat op school. Wij kregen nog wel eens een draai om onze oren, als we niet luisterden. Gelukkig is dat niet meer hetzelfde.
Na de 'officiële' reünie gaan we nog met een groepje eten. 'Ga je hier nou ook een stukje over schrijven op je blog?', vraagt iemand als we naar het restaurant lopen. 'Ik weet het nog niet', zeg ik.
Want hoe omschrijf je het gevoel om je oude klasgenoten na 26 jaar te zien?
Toch een beetje zenuwachtig rij ik naar Amstelveen. Hoe zou het zijn om iedereen weer te zien na 26 jaar? De meester komt ook, heb ik gehoord. Voor mijn gevoel is die inmiddels 114. Maar dat blijkt mee te vallen. Sterker nog, hij was in die tijd jonger dan wij nu zijn. Maar als je 12 bent, is iedereen boven de 30 Heel Oud.
En wat is het leuk om iedereen opnieuw te ontmoeten. De organisatoren hebben er heel wat speurwerk opzitten. Op 1 na is iedereen getraceerd. En op 3 na is ook iedereen aanwezig. Volgens mij een hele hoge 'score' voor een reünie.
We maken de oude schoolfoto na, alleen kunnen we niet meer bij het standbeeld. De bosjes zijn nu aardig dichtgegroeid. Ook de school zelf is erg veranderd. 'Weet je nog...', hoor je steeds in de gangen, en dan komt er weer een anekdote. Inmiddels gaan onze kinderen zelf ook naar de basisschool, en we komen tot de conclusie dat het er nu heel anders aan toegaat op school. Wij kregen nog wel eens een draai om onze oren, als we niet luisterden. Gelukkig is dat niet meer hetzelfde.
Na de 'officiële' reünie gaan we nog met een groepje eten. 'Ga je hier nou ook een stukje over schrijven op je blog?', vraagt iemand als we naar het restaurant lopen. 'Ik weet het nog niet', zeg ik.
Want hoe omschrijf je het gevoel om je oude klasgenoten na 26 jaar te zien?
vrijdag 11 februari 2011
prentje en de kunst
Mijn schoonouders vierden hun trouwdag en Man had bedacht dat het leuk was om met ze naar het keramiekmuseum 'Princessehof' in Leeuwarden te gaan. Prima.
Met z'n allen dwaalden we door het museum. Er was een prachtige tentoonstelling over Japans porselein en ik vermaakte me prima. Zoon ook, want die had het invalidenliftje ontdekt. Als je zes jaar bent, is het een stuk interessanter om tien keer heen en weer te gaan met een bestuurbaar liftje dan te turen naar Japanse schalen. Ik begrijp dat wel. Toch blijf ik hem mee nemen naar allerlei musea in de hoop dat er iets blijft hangen.
Zelf heb ik geen culturele opvoeding gehad. Sterker nog; ik nam mijn ouders mee naar het Rijksmuseum toen ik een jaar of achttien was. 'Mooi hè', fluisterde ik en ze knikten braaf. Ik denk niet dat het binnen kwam zoals kunst bij mij binnen kan komen. Ik hanteer dan ook maar 1 criterium als het om kunst gaat: het moet me raken.
Terug naar Leeuwarden. Met mijn schoonouders liep ik naar boven. Zoon en Man waren inmiddels afgehaakt en zaten in het restaurant 'Uno' te spelen, een spelletje dat Zoon met vooruitziende blik had meegenomen.
We liepen een zaal in en daar stond ie. Mijn hart begon sneller te kloppen en ik kreeg het warm. De fysieke sensatie waar ik nu al een paar musea naar op zoek was. Ik was verliefd geworden op een vaas. Een gele Ming-vaas met prachtig reliëf. In de mooiste kleuren die je kunt voorstellen.
Mijn schoonouders waren inmiddels doorgelopen maar ik bleef een beetje dralen om mijn vaas. Nam van alle kanten foto's. Met moeite nam ik afscheid.
Helaas was de liefde niet wederzijds en bevond ik mij even later weer op de Pannenkoekenboot, terug in de werkelijkheid.
Een van de dingen die ik Zoon hoop mee te geven in het leven is de liefde voor kunst. De ontroering voor een kunstwerk die je even optilt. Die een grijze dag net dat beetje extra kleur kan geven. Voorlopig is dat nog te veel gevraagd. Dat geeft niet.
Ik heb geduld. Liefde kun je niet dwingen.
Met z'n allen dwaalden we door het museum. Er was een prachtige tentoonstelling over Japans porselein en ik vermaakte me prima. Zoon ook, want die had het invalidenliftje ontdekt. Als je zes jaar bent, is het een stuk interessanter om tien keer heen en weer te gaan met een bestuurbaar liftje dan te turen naar Japanse schalen. Ik begrijp dat wel. Toch blijf ik hem mee nemen naar allerlei musea in de hoop dat er iets blijft hangen.
Zelf heb ik geen culturele opvoeding gehad. Sterker nog; ik nam mijn ouders mee naar het Rijksmuseum toen ik een jaar of achttien was. 'Mooi hè', fluisterde ik en ze knikten braaf. Ik denk niet dat het binnen kwam zoals kunst bij mij binnen kan komen. Ik hanteer dan ook maar 1 criterium als het om kunst gaat: het moet me raken.
Terug naar Leeuwarden. Met mijn schoonouders liep ik naar boven. Zoon en Man waren inmiddels afgehaakt en zaten in het restaurant 'Uno' te spelen, een spelletje dat Zoon met vooruitziende blik had meegenomen.
We liepen een zaal in en daar stond ie. Mijn hart begon sneller te kloppen en ik kreeg het warm. De fysieke sensatie waar ik nu al een paar musea naar op zoek was. Ik was verliefd geworden op een vaas. Een gele Ming-vaas met prachtig reliëf. In de mooiste kleuren die je kunt voorstellen.
Mijn schoonouders waren inmiddels doorgelopen maar ik bleef een beetje dralen om mijn vaas. Nam van alle kanten foto's. Met moeite nam ik afscheid.
Helaas was de liefde niet wederzijds en bevond ik mij even later weer op de Pannenkoekenboot, terug in de werkelijkheid.
Een van de dingen die ik Zoon hoop mee te geven in het leven is de liefde voor kunst. De ontroering voor een kunstwerk die je even optilt. Die een grijze dag net dat beetje extra kleur kan geven. Voorlopig is dat nog te veel gevraagd. Dat geeft niet.
Ik heb geduld. Liefde kun je niet dwingen.
zaterdag 5 februari 2011
prentje en de wind
We lopen door de straten van Utrecht. 'Kijk', zegt Zoon terwijl hij naar een groot apparaat op een gebouw wijst, 'daar staat de windmachine. Die zorgt dat het zo waait.'
We waaien elk een eigen kant op. Ik ga naar de lapjesmarkt en Man gaat met Zoon naar de boekwinkel.
Ik ben dol op de lapjesmarkt. Ik neem me elke keer voor niets te kopen omdat ik al twee bakken vol stofjes heb en amper weet hoe de naaimachine werkt, en toch is er altijd weer een stofje of lintje dat roept: 'koop mij'. Zeg nou eerlijk, wie kan nu zo'n uilenlint weerstaan? Oké, waarschijnlijk een heleboel mensen, maar ik dus niet.
We treffen elkaar weer bij de bioscoop. We gaan naar Alpha en Omega ('Hoe heet die film nou mama? Ik kan het steeds niet onthouden!'). Een aardige film voor een stormachtige zaterdagmiddag, niet echt een klassieker. Echt enthousiast word ik bij de preview Gnomeo&Juliet. Een tekenfilm over tuinkabouters! 'Zodra die uit is, gaan we er naartoe', fluister ik in Zoon's oor.
Nadat de film is afgelopen, lopen we over de bloemenmarkt. Ik koop een bakje witte druifjes voor mijn voorjaarstuintje op de vensterbank, en een groot lenteboeket.
En zo woeien we weer op huis aan. We hadden wind mee.
We waaien elk een eigen kant op. Ik ga naar de lapjesmarkt en Man gaat met Zoon naar de boekwinkel.
Ik ben dol op de lapjesmarkt. Ik neem me elke keer voor niets te kopen omdat ik al twee bakken vol stofjes heb en amper weet hoe de naaimachine werkt, en toch is er altijd weer een stofje of lintje dat roept: 'koop mij'. Zeg nou eerlijk, wie kan nu zo'n uilenlint weerstaan? Oké, waarschijnlijk een heleboel mensen, maar ik dus niet.
We treffen elkaar weer bij de bioscoop. We gaan naar Alpha en Omega ('Hoe heet die film nou mama? Ik kan het steeds niet onthouden!'). Een aardige film voor een stormachtige zaterdagmiddag, niet echt een klassieker. Echt enthousiast word ik bij de preview Gnomeo&Juliet. Een tekenfilm over tuinkabouters! 'Zodra die uit is, gaan we er naartoe', fluister ik in Zoon's oor.
Nadat de film is afgelopen, lopen we over de bloemenmarkt. Ik koop een bakje witte druifjes voor mijn voorjaarstuintje op de vensterbank, en een groot lenteboeket.
En zo woeien we weer op huis aan. We hadden wind mee.
woensdag 2 februari 2011
prentje en Zoon's plannen
Zoon komt op een leeftijd dat hij wat meer oog krijgt voor de omgeving. Sinds kort heeft onze buurman een nieuwe vriendin, tot grote interesse van Zoon. 'Krijgen Buurman en zijn vriendin nu een kindje?', vroeg hij van de week aan tafel. 'Ik denk het nog niet', antwoordde ik, nog nakauwend op mijn aardappel, 'hoezo denk je dat?' 'Nou, als een man en vrouw samen zijn, kan de vrouw zwanger worden', was het resolute antwoord. Maar we waren er nog niet. 'Tenminste, dat is zo bij mensen', ging hij nog even verder. 'Bij feeën werkt het anders'. 'Hoe zit dat dan bij feeën?', vroeg ik belangstellend. 'Nou, daar wordt de man zwanger.' 'Goed bekeken van die feeën', mompelde ik nog. Logisch natuurlijk. Die willen hun figuurtje niet kwijt. Zou ik ook denken met zo'n taille.
Niet alleen de omgeving heeft de belangstelling van Zoon gewekt, hij denkt ook na over zijn toekomst. 'Ik weet al wat ik later wil worden', zei hij laatst. 'Wat dan?', vroeg ik, hopende dat hij grafisch vormgever of fotograaf zou zeggen. Hoezo projectie? 'Kind', zei hij. 'Kan ik lekker blijven spelen en hoef ik niet te werken.' Tja, wie wil dat nou niet?
Maar vanmorgen was de ambitie opeens verschoven. 'Ik word later winkelmeneer', zei hij in de badkamer. 'Wat leuk', zei ik verrast. 'Van wat voor een winkel dan?' Verbaasd over zoveel domheid keek hij me aan.
'Van de Intertoys natuurlijk!'
Niet alleen de omgeving heeft de belangstelling van Zoon gewekt, hij denkt ook na over zijn toekomst. 'Ik weet al wat ik later wil worden', zei hij laatst. 'Wat dan?', vroeg ik, hopende dat hij grafisch vormgever of fotograaf zou zeggen. Hoezo projectie? 'Kind', zei hij. 'Kan ik lekker blijven spelen en hoef ik niet te werken.' Tja, wie wil dat nou niet?
Maar vanmorgen was de ambitie opeens verschoven. 'Ik word later winkelmeneer', zei hij in de badkamer. 'Wat leuk', zei ik verrast. 'Van wat voor een winkel dan?' Verbaasd over zoveel domheid keek hij me aan.
'Van de Intertoys natuurlijk!'
Abonneren op:
Posts (Atom)