zaterdag 13 oktober 2012

prentje en superguppie

Ik vertelde u over het prentenboek 'Hallo' hè, geschreven door Edward van de Vendel en geïllustreerd door Fleur van der Weel. En hoe geïnspireerd ik daardoor was. Nou, en als ik ergens door geïnspireerd word, berg je dan maar. Dan wil ik er gelijk alles over weten. Zullen mijn oude journalistieke roots nog wel zijn.

In mijn zoektocht naar mijn informatie over dit boek, zag ik dat Edward en Fleur vandaag in mijn eigen stad in mijn favoriete boekwinkel aanwezig zouden zijn om te vertellen over dit prachtboek.
U begrijpt, ik kon niet wachten. Op naar Utrecht.
Eerst naar de gave film 'Nono, het Zichzag Kind' en daarna, met Zoon als excuuskind in mijn kielzog, togen we naar de boekwinkel.

Nog voor de presentatie begon, had ik ervoor gezorgd dat mijn exemplaar van Hallo door het duo was gesigneerd. Fleur plakte er voorzichtig een vlinder in, met uitgeknipte papiertjes en een plakstift. Daar kan ik dan zo door ontroerd raken hè, hoe zo'n topillustrator dan met zoveel liefde een vlinder in mijn boek zit te plakken.
Ik vroeg gelijk maar even of het goed was dat ik foto's maakte voor mijn blog. Dat mocht, gelukkig.
'Hoe noem je iemand die tekeningen maakt voor een boek?', vroeg Edward aan de verzamelde kindjes. 'Een illustrator', antwoordde Zoon wijsneuzig. Ik glom van trots. Mijn kind hè, krijgt hij toch nog elementaire informatie mee in zijn opvoeding. Ach ja, het is maar waar je het accent op legt.
Fleur liet uitgebreid zien hoe ze de illustraties had gemaakt, en welke materialen ze hiervoor nodig had. Ze vertelde ook dat ze voor elk boek een nieuwe techniek wilde gebruiken. Overigens is er ook een hele gave app van het boek verschenen (die we uiteraard inmiddels hebben gedownload).

Fleur en Edward vormen een gouden duo, want ze hebben ook samengewerkt voor Superguppie, waar nu al vier boeken van zijn verschenen. Fantastische kindergedichten van Edward, aangevuld met ontroerende illustraties van Fleur. Zoals ik al eerder zei, ik zie de pen van Fiep Westendorp terug in haar tekeningen.
Fleur vertelde over hoe Superguppie tot stand was gekomen, dat ze eerst een jongetje had getekend maar daar niet tevreden over was. Langzamerhand kwam er een hondje te voorschijn:
Zo mooi om te zien hoe een boek tot stand komt. Ze liet zien hoe ze werkte:
... en over illustraties waarbij ze vergeten was dat de tekst er nog bij moest (de linkerkant, vervangen door de rechterkant):
Na afloop was er nog een keer gelegenheid om boeken te laten signeren. 'Pak maar welke je wil', riep ik enthousiast tegen Zoon, want als het om kinderboeken gaat, ben ik heel royaal. 
Zoon koos (gelukkig) voor het eerste deel van Superguppie. Blij sloten we weer achter in de rij aan.
Toen Fleur zag dat het om Superguppie ging, pakte ze haar andere etuitje uit haar tas en tekende met zoveel zorg het lieve hondje in het boek (terwijl er inmiddels toch wat mensen stonden te wachten). Dat kenmerkt voor mij liefde voor het vak.
Ondertussen informeerde ik of ze al wist welke techniek ze voor haar volgende boek wilde gebruiken. 'Dat weet ik nog niet, dat ligt eraan waar Edward mee komt', antwoordde ze. 'Pas als ik zijn teksten zie, weet ik welke materialen daar bij passen.' Ik knikte en vroeg haar of ze een specifieke illustratie-opleiding had gevolgd. 'Ik heb Grafische Vormgeving gedaan, hier in Utrecht', vertelde ze, terwijl ze rustig doortekende. Mijn hart maakte een sprongetje. Grafische Vormgeving kan dus ook een goede basis vormen voor een illustrator.
Helemaal blij bedankten we beide vakmensen. Ik had nog net de tegenwoordigheid van geest om naar de kassa te lopen om het boek af te rekenen.
Vol inspiratie liep ik naar de winkel met teken- en verfmaterialen. Terwijl ik over de brug liep, zag ik dat deze was gemarkeerd met rood-wit lint als 'High Five Zone'. Twee jongens voor mij gaven elkaar een high five, en toen ze me in het vizier kregen, liepen ze terug om mij ook een high five te geven.

Zo'n dag was het. Een dag die het verdiende om te high fiven met onbekenden op straat.

woensdag 10 oktober 2012

prentje leest voor

Al vanaf groep 1 lees ik ieder jaar voor in de klas tijdens de Kinderboekenweek. Meestal koos ik het Prentenboek van deze Kinderboekenweek, maar omdat Zoon nu in groep 5/6 zit, twijfelde ik of dat wel goed zou vallen.
Daarom viel de keuze dit jaar op Weerwolf(n)achtbaan, uit de bekende Dolfje Weerwolfje-serie van Paul van Loon. Dit boek had Zoon vorige week zelf uitgekozen toen hij een boek mocht uitzoeken vanwege de Kinderboekenweek. Dus ik vermoedde dat Dolfje ook wel goed bij zijn klasgenoten zou vallen.

Maar ik kon het toch niet laten om het even over prentenboeken te hebben, en dat ik deze in al die jaren ervoor met zoveel plezier had voorgelezen. Tot mijn grote verbazing waren er verschillende kinderen die nog een paar titels van de boeken wisten die ik de afgelopen jaren had meegenomen.
 'Wat is een prentenboek?', vroeg een van de jongens uit Zoon's klas.
Kijk, now we're talking.

Waar moest ik beginnen? Dat een prentenboek je naar een andere wereld meevoert, vol heksen of kabouters? Of dat het juist heel herkenbaar is, omdat de afbeeldingen een jongetje of meisje laten zien dat je zelf zou kunnen zijn?

Toevallig vroeg er gisteren iemand wat mijn grootste passie was. 'Illustraties', zei ik, zonder er over na te denken. (En dat zijn de beste antwoorden hè, die zomaar naar boven komen, niet gehinderd door rationele beperkingen). Ik schrok er zelf van. Het voelde bijna als een coming-out.

Ik denk dat het ook kwam door het Prentenboek van deze Kinderboekenweek, 'hallo' van Edward van de Vendel en Fleur van der Weel. Als ik naar deze illustraties kijk, gebeurt er iets in mijn hersenen; er komt een geluksstofje vrij. Ik vind deze stijl zo fantastisch: het is voor mij een combinatie van Fiep Westendorp en Eric Carle, overgegoten met een eigen sausje.
 Ik kan uren naar de illustraties kijken, en elke keer ontdek ik weer iets nieuws. De verschillende technieken die zijn gebruikt, maken het boek zo rijk. En dan te bedenken dat het in ieder geval tijdens de Kinderboekenweek voor vijf euro in de winkel ligt.

Maar goed, ik zou geen prentje zijn als ik niet zou piekeren over dit (misschien wel niet zo nieuwe) inzicht. Midden in de nacht schrok ik wakker. Had ik niet toch de studie Illustreren voor kinderboeken moeten doen op mijn school? Ik had deze optie laten vallen, omdat je onder andere een portfolio moest laten zien voor je begon. En bij illustratoren denk ik toch vooral aan mensen die ontzettend goed kunnen tekenen. Maar collagetechniek is toch ook een vorm van illustratie? En was het niet stiekem mijn grootste wens om ooit mijn eigen kinderboek uit te geven, zelf geschreven en geïllustreerd?
Aan de andere kant, er is niet zo'n duidelijke lijn tussen grafisch vormgeven en illustreren. Ook deze studie kan een goede basis vormen voor mijn wensdromen. Waarom twijfel ik toch zoveel?

Ik kon er niet meer van slapen. En dus zat ik een beetje slaperig voor de klas, maar werd steeds wakkerder toen ik de enthousiaste gezichtjes zag. Wat is het fantastisch om voor te lezen aan dertig kinderen die aan je lippen hangen, ook al is het dan geen prentenboek.

Toen ik klaar was, vroeg de juf of ik vaker wilde komen voorlezen. 'Graag', zei ik blij, zonder goed na te denken over mijn overvolle agenda. Ik dacht maar even niet aan de berg wasgoed op zolder, want hé, soms moet je prioriteiten stellen in het leven. 'Op deze manier willen we het lezen bevorderen', vertelde ze enthousiast. Kijk, daar wil ik natuurlijk graag aan bijdragen.

Hoewel ik ook denk dat het in het kind zelf zit. Zo ben ik van huis uit absoluut niet opgevoed met boeken, maar vond ik mijn weg in mijn eentje wel naar de bibliotheek. En Zoon is letterlijk vanaf de eerste dag van zijn leven voorgelezen, maar verkiest toch liever de televisie, met de ipad binnen handbereik.

En toch hè, denk ik dat ik vaker voor de klas te vinden zal zijn.
Al was het maar om één kind te overtuigen van de fantastische wereld van (prenten)boeken.

Eentje is genoeg.

dinsdag 9 oktober 2012

prentje en de herfstclowns

'Ik mis de clowns', zei Zoon vorige week.
'Zullen we weer eens iets met de clowns doen?'

Nou had ik dat verzoek wel vaker gekregen op mijn blog, dus stelde ik voor om de clowns mee te nemen naar het boshuisje.
'Dan kunnen we ze mooi vervoeren in onze nieuwe Roodkapjekoffer', zei Zoon blij.
'Dat is goed', zei ik, 'maar dan verzin jij een beeldverhaal. Ik loop er alleen achteraan met mijn camera.'
En zo geschiedde. De clowns gingen gezellig mee. Zoon bedacht alle teksten.
Het licht was om te snoepen, het zonlicht droop van de takken.
Zoon gelukkig, mama gelukkig.
Er waren eens drie clowns in het bos
Ze zochten een huisje
'Weet u een huisje?', vroegen ze aan meneer Eekhoorn
'Als jullie wat dichterbij komen, zal ik het je vertellen', zei hij
'Het is voorbij het spinnenweb, daar vind je een leuk huisje'
De clowns deden wat meneer Eekhoorn had gezegd en zagen een leuk huisje
'Mogen we hier wonen?', vroegen ze aan de aardige jongen die open deed 
Dat mocht. En nu wonen ze in dit fijne huisje
Einde

zondag 7 oktober 2012

prentje slaapt in het bos

'Ik heb net brownies gebakken, ik kom ze zo wel even brengen'.
Zo worden we verwelkomt door Mariëlle, de gastvrouw van het boshuisje dat we een weekend het onze mogen noemen.
Diep onder de indruk volgen we haar naar binnen. Het is het mooiste vakantiehuisje dat we ooit hebben gezien. Een wit paradijsje, grenzend direct aan het bos.
En nu kan ik wel een heel verhaal gaan houden over de sfeervolle houtkachel, de stapel tijdschriften, de prachtige boeken, de heerlijke bedden, de perfecte details, het zalige ontbijt; maar wacht, ik kan het u veel beter laten zien.
Soms zijn woorden overbodig.

woensdag 3 oktober 2012

prentje en Alice

Vandaag start de Kinderboekenweek, en dat gebruik ik even als aanleiding om u mijn nieuwste aanwinst te tonen (die ik eigenlijk stiekem vorige week al kocht).

Een pop-up boek over Alice in Wonderland. Man, wat wil je nog meer.

Ik had het boek al eerder gezien, maar toen vond ik het te duur (in een zeldzame bui van spaarzaamheid). Toen ik het vorige week weer zag liggen, en nu in de ramsj, hoorde ik alleen nog maar: 'koop mij, koop mij'.

Zoals u misschien wel weet, ben ik dol op Alice. Ik was bijna afgelopen maand in mijn auto gestapt om zes uur later in Hamburg weer uit te stappen, omdat hier een grote Alicetentoonstelling te bewonderen was in de Kunsthalle (helaas ontbrak het me aan tijd).
Maar blijkbaar ben ik niet de enige die gefascineerd is door dit vreemde sprookje. Ik hou van de elementen: het witte konijn, die rare hoedenmaker, de tafel vol theekopjes. Het gekke is dat de Disneyversie van dit verhaal me dan weer helemaal niets doet. Ik heb 'mijn Alice' liever een beetje duister.

En in dit boek word ik helemaal op mijn wenken bediend. Het boek zit daarnaast vol fijne details, zoals een taartenstickertje. Daar word ik dan blij van. Van een taartenstickertje.

Mocht u het boek vinden in de ramsj, laat u dan verleiden door de lokroep van Alice. Het werkt betoverend.
En hé, het is nog Kinderboekenweek ook. Is die cirkel ook weer rond.

dinsdag 2 oktober 2012

prentje en de sprookjesfiguren

'Dit jaar gaan we in groep 5 lootjes trekken met Sinterklaas', zegt de juf op de voorlichtingsbijeenkomst van school.

Verbijsterd kijk ik om me heen. Lootjes trekken? In groep 5? Het kost wat moeite om deze informatie te verwerken. 'Dus als uw kind nog gelooft, kunt u er voor kiezen het zelf te vertellen, of hij hoort het op school', gaat ze voortvarend verder.

'Gelooft Zoon nog?', fluistert een moeder naast me die ziet hoe ik worstel met dit nieuws. 'Zoon gelooft in de Paashaas, Sinterklaas, de Kerstman en de Tandenfee bij elkaar', zeg ik, iets te hard.
'En dat wil ik graag zo houden.'

Want wat is er mooier dan het geloof in een prachtige fee die 's nachts naast je bed knielt, zachtjes je hoofdje optilt om je tand om te ruilen voor een muntje?
Of om te houden van een man met een baard die elk jaar langskomt om je net dat pakje te geven dat bovenaan je verlanglijst staat?

Ik werd op de kleuterschool al ingelicht door een bijdehante medekleuter die me zo nodig moest vertellen dat die man met die baard mijn papa was. Nou loop je dat risico als je vader de Sinterklaas van je woonplaats is (en die kleuter het zoontje van de organisator van de intocht), maar ik word nog boos als ik er aan denk. Al snel redeneerde ik dat die andere figuren dan ook niet echt zouden bestaan.

Mijn geloof in sprookjesfiguren is me ontnomen toen ik vier jaar oud was, en ik ben er nooit helemaal overheen gekomen.
'It is important to believe in fairytales', heeft zij vandaag op haar blog geschreven, en ik ben het volkomen met haar eens.
Het leven is al hard genoeg. We hebben het nodig om in sprookjes te geloven.
En daarom zal ik de laatste zijn om te vertellen aan Zoon dat Sint niet bestaat.

'Mijn tand is er vandaag uit!', jubelt Zoon als ik hem ophaal. Samen bewonderen we zijn lieve witte melktandje.
'Die kan je mooi vanavond onder je kussen leggen', zeg ik blij.
'Misschien krijg ik wel vijf euro', zegt Zoon enthousiast.
'Natuurlijk niet, vijf euro is veel te veel!', flap ik er uit.
'Hoe weet jij dat nou?', vraagt hij sluw.

De eerste barsten zijn al verschenen.