zondag 7 september 2014

prentje en de imperfectie

Het is kwart over zes op vrijdagavond als ik mijn werkaccount afsluit. De afgelopen weken heb ik waargenomen voor drie collega's waardoor ik veel extra uren heb gewerkt. Maar nu is het genoeg.

Ik smeer een boterham, en gooi de rest van het brood in mijn tas. Was mijn bordje af en stap in de auto. Ik maak er tegenwoordig een sport van om zo weinig mogelijk mee te nemen naar het kleine huis aan zee. Het geeft me een luxe en tegelijk huiselijk gevoel dat daar alles ligt wat ik nodig heb.

Om half negen rij ik de parkeerplaats op. Ik pak mijn tas van de achterbank, en loop de laatste meters naar het huisje in de duinen. Terwijl ik mijn schoenen uit schop, zet ik de dvd-speler aan en kook ik water voor een grote pot thee. Ik nestel me op de bank met de Before triologie en sluit de gordijnen.

De volgende ochtend kijk ik expres niet op mijn horloge. Ik heb de tijd aan mezelf en schuif het gordijn een beetje opzij. Bewolkt. Ik pak de thriller die ik aan het lezen ben, en maak een broodje klaar.
Als ik de afwas wil doen, kom ik erachter dat er geen warm water meer uit de kraan komt; blijkbaar is de geiser uit. Dit zijn de momenten dat ik niet blij word van mijn single-status. Na wat geklungel aan het apparaat, tover mijn charmantste glimlach op mijn gezicht, en vraag de buurman of hij naar de geiser kan kijken. Het lukt hem ook niet om de waakvlam weer aan te krijgen. Ik zet het ding op non-actief en loop terug naar mijn boek. Dan maar geen warm water dit weekend.
 
Na de spannende ontknoping stap ik op de fiets en rij binnendoor naar Bergen. Het is Jazz & Sail in het kleine kunstenaarsdorp, en overal zijn podia te vinden. Een beetje onwennig schuifel ik tussen de mensen. Hoe kan het dat ik me vorige week nog zo zelfverzekerd voelde en nou weer zo klein, nu ik hier in mijn eentje loop? Waarom lijkt het alsof iedereen plezier heeft met elkaar en ik niet?

Ik duik de Sissy-Boy in en kooptroost mezelf met een nieuw shirtje. Tijd om terug te gaan. Onderweg stap ik nog even af om wat lekkere dingen in huis te halen: Turks brood, tapenade, een kleine kipsalade. Vriendin A komt vanavond logeren en ze heeft net geappt dat ze onderweg is. Omdat het gas nu ook is afgesloten, moet ik improviseren met het avondeten. Ik schenk een glas rosé in, en wacht tot A is gearriveerd.

Een paar uur later loop ik weer in Bergen, maar nu voelt het heel anders. Samen met A en een andere vriendin uit Bergen luisteren we naar de livebands en drinken biertjes.

Ondanks dat we laat in bed lagen, word ik vroeg wakker. Ik sluip naar het kleine keukentje en besmeer een paar croissantjes met jam. Vriendin A is inmiddels ook wakker, hoor ik vanaf de slaapbank, en met de croissants in mijn hand loop ik naar het zitgedeelte van het huisje. Omdat het nog wat fris is, gooien we het dekbed over onze benen en genieten van ons ontbijtje. Wat voelt dit knus en vertrouwd. A en ik hebben de afgelopen weken ingrijpende gebeurtenissen samen gedeeld, wat onze band onbreekbaar heeft gemaakt. Het voelt dan ook niet als bezoek dat ze er is, maar als een waardevolle aanvulling met wie ik dit weekend mijn kleine huisjesgeluk kan delen.

De zon breekt door en we maken een lange strandwandeling. Ons weekendplan verandert continu, van winkelen in Alkmaar tot meer jazz in Bergen aan Zee, al naar gelang het weer en onze stemming. En omdat A niet voelt als bezoek, kunnen we allebei doen waar we zin in hebben. Dus kan de ene een tukje op de bank doen, terwijl de ander buiten aan het lezen is. Of gaat er eentje het dorp in, terwijl de andere nog even verder leest. En doorleest tot ze het boek uit heeft.

Want over het boek op bovenstaande foto wil ik het nog even hebben. Ik zag het iemand een keer lezen op het strand, en de titel sprak me onmiddellijk aan. Het gaat over alle thema's die ik interessant vind in het leven: verbinding, kwetsbaarheid, creativiteit, angst, moed, authenticiteit, mededogen en spiritualiteit. Mocht u deze interesses delen; hier vind u de link naar de Ted Talk van de auteur over de kracht van kwetsbaarheid.

En terwijl ik een perfecte foto van het imperfecte boek probeer te maken (het blijft een heel gedoe hoor, dat loslaten van het perfectionisme), denk ik aan één citaat uit het boek (afkomstig uit Anthem van Leonard Cohen):

There is a crack in everything. That's how the light gets in.   

zaterdag 30 augustus 2014

prentje en de Single-Run

Wat aarzelend schuif ik naar de balie om mijn rugnummer op te halen. Waarom, waarom, heb ik mezelf hiervoor opgegeven? Waarom moet ik dit soort dingen toch altijd van mezelf? Ik had nu ook lekker op de bank kunnen zitten met een kopje thee.

Een jaar geleden. Ik word wakker van Edwin Evers, die de organisator van de Single-Run interviewt. Een hardloopavond voor sportieve singles, die vijf of tien kilometer willen rennen, om daarna te gaan swingen. 'Leuk initiatief', denk ik nog wat slaperig.

Een week geleden. Ik ren mijn vaste rondje door het park. 'Doe mee hier volgende week met de Single-Run' lees ik op het bord, dat normaal de rondetijden aangeeft. Zonder er al te veel gedachten aan te wijden, geef ik me op.

En daar sta ik nu dus, in het sportcentrum. Ik kreeg ook niemand mee, dus ik moet het ook echt in mijn eentje gaan doen. 
Omdat ik me niet zo goed een houding weet te geven, hou ik mijn oortjes in en luister alvast naar mijn hardloopmuziek. 'Goed bezig, prentje', zeg ik streng tegen mezelf. Fijn communicatief ook. 

Opeens stapt er een vrouw met een grote bos wilde krullen op me af. 'Jij bent je lekker aan het afzonderen?', lacht ze, dwars door mijn beschermmuur heen. Ik haal mijn oortjes uit mijn oren en ben er weer. 

Achter de fanfare aan lopen we naar het park voor de warming-up, als een bonte, ongemakkelijke stoet.  
Terwijl we oefeningen doen, ben ik mijn renmaatje alweer kwijt. Die vrouw straalt zoveel energie uit dat ze met iedereen contact kan maken. Ik zie de mannenharten smelten om me heen. 
Ik voel de onzekerheid van het begin van de avond weer een beetje terugkomen en begin maar met rennen. 'Wat heb ik te verliezen?', zeg ik tegen mezelf. 'Ik loop een rondje hard en dan ga ik gewoon weer naar huis.' Onder het rennen luister ik naar de gesprekken van de deelnemers om me heen. Ook wel lekker om even niet te hoeven praten. 

Bij de tussenstop duikt de blonde krullenbos weer op. We hebben elkaar opnieuw gevonden.  
Een vrouw met een opschrijfboekje staat opeens voor onze neus. Of ze ons mag interviewen voor de Telegraaf? Ik aarzel even. 'Natuurlijk', roept mijn nieuwe vriendin. 'Vraag maar raak, hoor.' 
Wat moet dat heerlijk zijn als je zo spontaan bent. 
De journalist roept de fotograaf er bij, en voor ik het weet, staan we op de foto. O my, misschien sta ik wel in de krant maandag. Dat zien we dan wel weer, besluit ik dapper. 

Inmiddels zijn we de hele groep kwijt, en dwalen we giechelend samen rond in het park. Dat ik vlakbij het park woon, zegt niet zoveel, want zoals u inmiddels wel weet, raak ik overal de weg kwijt. We wisselen ervaringen uit alsof we elkaar al jaren kennen. 

Uiteindelijk vinden we de sportschool weer. Opeens realiseer ik me dat ik helemaal geen andere kleren bij me heb. Snel race ik naar huis om onder de douche te springen. Ik trek het eerste jurkje aan dat ik tegenkom in mijn kast en fiets weer snel terug. Nu wil ik dansen ook.

En dat doen we. We dansen, en dansen de hele avond door. Wat heb ik dit gemist. Ik voel me stralen als een straalkacheltje. Ik heb leuke gesprekken met heel uiteenlopende mensen en we blijven met een klein groepje over tot de lichten onbarmhartig aangaan. Uiteindelijk nemen we buiten bij de fietsen afscheid, maar niet voor we hebben afgesproken om nog een keer uit te gaan. 
Fijn om er een stap-vriendinnetje bij te hebben met het charisma van de zon. Wat extra stralen zijn altijd mooi meegenomen. 

Blij fiets ik naar huis. Ik had inderdaad ook op de bank kunnen blijven zitten.
Maar dan had ik wel een geweldige avond gemist. 

donderdag 28 augustus 2014

prentje en de letters

'Dit moeten we vaker doen', zeg ik tegen vriendin P.
Ik heb nog net niet mijn mond vol Zweedse gehaktballetjes.

Vriendin P en ik hebben elkaar vorig jaar ontmoet in een klimbos aan de andere kant van het land tijdens een niet al te beste periode van ons leven - voor allebei. P bleek twee kilometer bij me vandaan te wonen, en een kilometer van mij te werken.
Na de klimpartij dronken we gezamenlijk een borrel en sloten we vriendschap.

Toen ik vorige week een heftige en verdrietige week had, stond ze op de stoep met eten voor twee dagen. 'Ik heb geleerd van je verhuizing', zei ze lachend. 'Jij vraagt niet om hulp, hulp moet je bij jou opdringen.'
Ach ja, mensen komen niet niet voor niets op je pad, denk ik dan maar weer.

Maar goed, een week later hebben we afgesproken bij Ikea. Onze kindjes zijn met de papa's in het buitenland op vakantie, en we zijn allebei geen keukenprinsessen. Bovendien wil ze graag stylingadvies van me, en ik wil een wissellijst.

Dat van die wissellijst is een lang en treurig verhaal dat ik toch met u ga delen. Ik was al een tijdje op zoek naar een fijne typografieprint voor mijn slaapkamer: ik hou van letters, ook voor in huis. Niet al te corny, maar gewoon, een leuke tekst, in een goed lettertype, zoals je ze regelmatig op Pinterest en in de woonbladen voorbij ziet komen.
Stad en land afgelopen, maar nergens te vinden, behalve dan bij Etsy. Daar zag ik een leuke, maar wel behoorlijk aan de prijs. Er was nog een lokkertje van drie voor de prijs van twee, maar dan moest je drie dezelfde formaten bestellen. Maar hé, nog een actie: geen bezorgkosten vanuit Engeland.
Na een zondagavond wikken en wegen ging ik voor bovenstaande grote print.

Op maandagochtend bladerde ik het foldertje van mijn favoriete bouwmarkt Karwei door en zul je altijd zien: daar hadden ze ook opeens typografieposters. Voor een fractie van de prijs die ik er inmiddels voor had betaald aan een aardige meneer in Engeland.
Toch maar twee kleintjes mee genomen, in afwachting van de grote jongen. Maar hoe ik ook wachtte: elke keer reed het bezorgautootje mijn huisje voorbij.

Inmiddels begon ik enigszins ongerust te mailen met meneer Etsy, maar daar bleef het angstvallig stil. Ondertussen kon je overal in Nederland typografieposters kopen, tot de Xenos aan toe.
Het is alleen nog even wachten op de Blokker.

Eindelijk kwam er toch antwoord van de andere kant van de plas. Nee, meneer Print begreep er ook niets van, meestal duurde het niet zo lang.

Dus zo sta ik in de Ikea, te wikken en wegen of ik nu al een wissellijst mee zou nemen. Want stel je voor dat de poster nou nooit doorkwam? Dan zit ik weer met een grote lege lijst.
En ik durf niet meer naar de klantenservice van Ikea, omdat ik daar sinds mijn verhuizing iedereen bij naam ken. Als ik aan kom lopen, kruipen ze nog net niet onder hun desks.

Dus focus ik me maar op het stylingadvies aan vriendin P. Ik ben van vele markten thuis, weet u inmiddels. Voor het eerst verlaat ik de Ikea zelf met lege handen. Om bij thuiskomst een kaartje van de bezorger in mijn brievenbus te vinden, dat hij vanavond langs is geweest, maar hij me helaas niet thuis aan heeft getroffen.

Nou, en de volgende dag is ie er dan eindelijk hoor, de dure typoprint. Hij was lang aangehouden bij de douane, en of ik nog even 21 euro invoerrechten wil betalen aan de bezorgmeneer.
Blijf daar maar eens awesome onder.

Verbeten stap ik weer in de auto op weg naar Ikea. Want dan kan ik dus niet meer wachten hè, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Vriendelijk zwaai ik naar mijn vrienden bij de servicedesk en loop bij de kassa's de winkel binnen. Want wij hebben inmiddels het grootste filiaal van heel Nederland, en ik heb mensen uitgeput aangetroffen in het magazijn, smekend of ze er nu eindelijk doorheen waren. En de lijsten zitten vlak voor het magazijn, dus dat scheelt me gauw weer een kilometer of vijf.

Vol gas rij ik naar huis met mijn lijst. Om thuis tot de ontdekking te komen dat ie niet past.

Zul je zien dat ik ook nog een boete heb gekregen voor te hard rijden.

maandag 25 augustus 2014

prentje en de tiener


'Ik begin al een beetje een oude man te worden', zegt Zoon terwijl hij zich op de bank nestelt.
Het is twee dagen na zijn tiende verjaardag. Glimlachend kijk ik hem aan. Mijn tiener. Ik ben moeder van een tiener. Tien jaar moeder.

Op zijn verjaardag was hij bij zijn papa. 's Ochtends belde ik 'm op. Hij was blij met zijn nieuwe fiets, ons gezamenlijke cadeau. Ik moest even wat wegslikken. De eerste verjaardag dat ik er niet bij was toen hij wakker werd.
Ik legde de telefoon neer, en stapte in de auto op weg naar mijn werk. Voor ik bij de snelweg was, nam ik de afslag naar links. Even een live verjaardagsknuffel brengen.

Het hoort er bij, als je co-ouder bent. En dan ben ik nog in de gelegenheid om snel langs te gaan. Of om gezamenlijk 's avonds zijn verjaardag te vieren, inclusief ex-Man en Zoon's Verloofde sinds-jaar-en-dag, nadat ze een heerlijke verjaardag op de Spelerij hebben beleefd.
Hij heeft gelukkig ook een papa die er aan denkt om verjaardagskaarsjes mee naar de Spelerij te nemen, inclusief lucifers, en een foto stuurt terwijl ik op mijn werk zit. Zo ben ik er toch een beetje bij die dag.
En natuurlijk kan ik een paar dagen later thuis met hem zijn verjaardag nog eens dunnetjes over doen. Maar toch.

Gelukkig kunnen we terugkijken op een heerlijke vakantie met z'n tweetjes. Twee weken in het kleine huis aan zee, twee weken in de zon.
De dagen hadden hun eigen ritme. We werden laat wakker, ik haalde wat boodschappen voor de dag. Na de lunch liepen we door de duinen naar zee. We namen een drankje op ons favoriete terras, speelden in de golven met z'n surfboard, haalden een ijsje en liepen weer terug. Aten een simpele maaltijd, keken een Deense serie samen op dvd en gingen slapen. Niets bijzonders en toch zo bijzonder.

'We hebben het goed voor elkaar hè, samen', zei Zoon op een dag toen we door de duinen liepen. Getroffen keek ik hem aan. 'Ja, we hebben het goed voor elkaar samen', antwoordde ik, terwijl we verder liepen. Voor het eerst sinds lange tijd voelde ik weer wat vonkjes geluk.

'Eigenlijk is dit de relaxte vakantie die ik in jaren heb gehad', zei ik tegen hem terwijl we ons even later op het strand installeerden.
'Zo is het maar net, meid', antwoordde hij.

Soms lijkt het of hij honderd is geworden, in plaats van tien.

donderdag 14 augustus 2014

prentje en Nichtje

Ik heb een prachtig Nichtje. Ze is geestig, lief, koppig, mooi, eigenwijs en ze heeft Downsyndroom.
Of zoals wij het altijd zeggen: 'ons downtje'.

Ze is een verrijking van onze familie. Heel puur, zonder masker, zondere dubbele bodem, zonder sociaal wenselijk gedrag.
Haar emoties komen recht uit haar hart. Als ze boos is, is ze boos. Als ze blij is, is ze blij.
En gelukkig is ze heel vaak blij.
Daarnaast: niemand kan zo goed troosten als zij.
En je kunt goede gesprekken met haar voeren, omdat ze vaak vraagt: 'hoezo?'.
Op die manier kom je tot de essentie van dingen.
Gelukkig is ze mijn buurvrouw van het huisje aan zee, waardoor ik haar regelmatig zie.

Nichtje heeft ook een geweldig gevoel voor humor.
Toen vriendin A wegging met haar dochter waar ze zo fijn mee had gespeeld bij het huisje aan zee, verzuchtte ze: 'pfff, eindelijk…'
Het is niet duidelijk wie dan het hardst lacht, Nichtje of wij.

Toen Broer met haar naar een pretpark ging waar ze ieder jaar naar toe gaan en ze bijna op hun bestemming waren, zat ze te huilen in de auto.
Geschrokken keek Broer haar aan. 'Wat is er, lieverd, waarom heb je tranen?'
'Dit zijn tranen van de geluk', antwoordde ze.

Aan het eind van mijn vakantie was ze wat stilletjes. 'Ik ga je missen', zei ze zachtjes.
'Het wordt stillig zonder jou.'

Het is ook stillig zonder jou, lief Nichtje. Ik kom gauw weer naar het huisje aan zee.

zondag 10 augustus 2014

prentje en Sieb

Het was halverwege mijn vakantie in het kleine huisje aan zee. 
Met één oog keek ik naar Saskia Noort als Zomergast, met het andere keek ik op Facebook op mijn mobiel. 
'We gaan je missen Sieb, de kinderen niet het minst', las ik op mijn timeline. Even hoopte ik nog dat het een berichtje was van een vriend, waar je misschien de vakantie mee had doorgebracht. Tegen beter weten in, want eigenlijk voelde ik het al. Paniekerig probeerde ik ondanks de slechte internetverbinding in de duinen meer informatie te vinden. De tv zette ik uit. 'Sieb Posthuma' goochelde ik, en kwam op Wikipedia terecht. Opeens las ik over je in de verleden tijd en stond de datum 3 augustus achter je naam. Dus toch.

Twee jaar geleden schreef ik op mijn blog over een tentoonstelling van Alexander Calder en van jou in het Gemeentemuseum in Den Haag. Tot mijn verbazing reageerde je daar zelf op. Vanaf dat moment hielden we contact, digitaal en af en toe over de telefoon. Het was me opgevallen dat je (toen nog) geen eigen website had. 'Misschien moet ik je PR maar gaan doen', opperde ik, maar daar had je net een maand daarvoor iemand voor aangenomen. 'Je zou het wel goed kunnen', lachte je.
Toen ik voor mijn opleiding Grafische Vormgeving een presentatie moest houden over een kunstenaar die me inspireert, hoefde ik dan ook niet lang na te denken. Je reageerde direct enthousiast. 'Tuurlijk, kom langs, dan zien we elkaar eindelijk eens een keer in het echt', antwoordde je. 

Toch een beetje nerveus belde ik aan bij je studio aan de Herengracht. Binnen een minuut waren mijn zenuwen verdwenen; er was meteen die klik, die herkenning. We praatten over schoonheid en onze jeugd. Over de natuur. We bleken allebei gek te zijn op de omgeving van Bergen en Schoorl, waar ik mijn kleine huis aan zee heb. Over inspiratie, op allerlei manieren en gebieden. En dat alles soms zo heftig binnen komt: geuren, beelden, kleuren. Waren we toen maar dieper ingegaan op die schaduwzijde. Dat het wit alleen maar zo kan schitteren omdat het afsteekt tegen het donkere zwart.
Later las ik in een reactie van jouw vriend en fotograaf Reinier van der Aart: 'Toen ik je vroeg of ik dat donkere niet mocht verbeelden was je "als een kind zo blij".' 
Had het maar meer gedeeld, Sieb. Niemand kon zo stralen als jij, maar je hoefde toch niet voor iedereen alleen maar te stralen? Je was zo geliefd, ik weet zeker dat je er met je vrienden over had kunnen praten. Dat ze het hadden begrepen. Want het zijn vooral de creatieve, intelligente en gevoelige mensen die worstelen met angst- en/of depressieklachten. Meestal niet de heel nuchtere, 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' mensen. Maar die beleven ook de schoonheid niet zo intens.  

Bij het afscheid signeerde je een boek voor Zoon en mij. 'Wat leuk om elkaar te ontmoeten en wie weet komen we elkaar een keer tegen bij het wandelen in Schoorl.'

'Niet huilen mama', probeerde Zoon me te troosten. 'Soms is het niet erg om verdrietig te zijn', antwoordde ik, terwijl ik tegen hem aan kroop. Ik dacht aan een zin die ik las op de Facebookpagina van Ton, je man. 'Ik wens je alle tranen die nodig zijn'. Wat moet zijn gemis intens zijn.
'Je voelde je verbonden met Sieb hè mam', zei Zoon zachtjes.  

Ja, ik voelde me met je verbonden. Je was een van de meest inspirerende mensen die ik ooit heb ontmoet. Zo mooi, zo lief, zo gevoelig. Wat was ik trots op je tijdens de boekpresentatie 'Van toen, tot hier en nu verder', en de opening van je eigen tentoonstelling in het Kinderboekenmuseum in Den Haag. Het is zo'n eer om je gekend te hebben.

Het is niet meer mogelijk om je tegen te komen tijdens een wandeling in Schoorl. 
Nooit meer.

zondag 20 juli 2014

prentje aan zee

Ik had mijn kabouterhuis aan zee voor het eerst verhuurd. Aan vriendin A. Voor twee weken.

De eerste paar dagen kwam het met bakken uit de lucht. Mistroostig keek ik vanuit mijn kantoorraam naar buiten.
Zou vriendin A zich wel vermaken? Het kabouterhuis is vooral ingesteld op mooi weer.
Gelukkig hadden we regelmatig telefonisch contact. Ze vond het er heerlijk. Vriendin A kwam helemaal tot rust.
Was het niet door de omgeving, dan wel door de inrichting van het kleine huisje.
Zij en haar dochter keken dvd's, en hadden 's avonds gezellig de kaarsjes aan.
Opgelucht legde ik de telefoon neer na zulke telefoontjes.
Op de een of andere manier voelde ik me toch verantwoordelijk.

Tegen het weekend van de eerste week brak de zon door.
Vriendin A had aangeboden dat ze het leuk vond dat ik langs kwam, dus reed ik naar de kust.
Ik dacht dat het onwennig zou zijn, maar dat was helemaal niet het geval. Haar vriend had inmiddels ook het kabouterhuis ontdekt, en met elkaar hadden we een heerlijke zaterdag. Er zijn weinig mensen met wie ik zo kan lachen als met vriendin A + vriend.
We delen hetzelfde bitterzoete gevoel voor humor.

De tweede week brak aan, en de zon begon overdreven hard te schijnen.
Ik begon mijn huisje aan zee wel een beetje te missen.
Maar eigenlijk was dat ook niet erg.
Je weet pas wat je hebt als je het (even) kwijt bent.
'Ik denk dat je zaterdag weer bezoek krijgt' appte ik naar vriendin A.
'Gezellig', appte ze terug.
Was het wel slim om nog een keer te gaan als het de vorige keer zo leuk was?, piekerde ik een eindje weg in de Petteflet, waar het genadeloos warm was. 'Kon het dan niet alleen maar tegenvallen?'
Ik stelde mezelf gerust dat er dit keer sowieso een andere dynamiek zou zijn, omdat ik Zoon meenam.

We spraken af dat ik zaterdagavond weer het huisje van haar zou 'overnemen'.
En weer hadden we een zalige zaterdag. Met strand, ijsjes, ligbedjes, goede gesprekken met heerlijke wijn en diner aan zee werd het opnieuw een dag met een gouden randje.
De magie van de week ervoor was er nog steeds.
Aan het einde van de lange avond droeg vriendin A de sleutel over.
Een beetje spijtig wierp ze nog een laatste blik op het witte kabouterhuis.

De volgende ochtend regende het.

Ik volgde het voorbeeld van vriendin A, en keek drie afleveringen van mijn favoriete Deense serie achter elkaar.
Een beetje schuldig keek ik naar Zoon, die de hele ochtend achter zijn DS zat.
'Jij mag zeggen wat we vanmiddag gaan doen', zei ik wat lafjes.
Inmiddels trokken de buien een beetje weg.
'Samen met de frisbee overgooien, tosti op het strand en chocoladefondue delen bij de Zilte Zoen', was zijn antwoord.

Nou, en dat deden we toen maar.
Zoon vond nog een golfballetje in de duinen. Hij speelde er wat mee in zee, tot de golven het balletje meenamen en niet meer teruggaven.

'Maar dat geeft niets', zei hij toen we richting de Zilte Zoen reden.
'Het is tenslotte ook een golfbal.'